De high-to-low cable fly is een borstoefening waarbij je de kabels vanuit een hoge positie schuin naar beneden en naar elkaar toe beweegt. De borstspieren leveren het grootste deel van het werk, terwijl de voorste schouders en stabiliserende spieren meehelpen. Door de neerwaartse bewegingsrichting verandert de nadruk binnen de borsttraining.

High-to-low cable fly in het kort:
Doel: borstspieren trainen
Ondersteunend: voorste schouders en stabiliserende spieren
Materiaal: kabelmachine met twee handgrepen
Niveau: beginner tot gevorderd
High-to-low cable fly uitvoeren
- Stel beide kabels boven schouderhoogte in en bevestig een handgreep aan iedere kabel.
- Pak de handgrepen vast en zet één voet iets naar voren voor een stabiele houding.
- Leun je bovenlichaam licht voorover en houd je borst omhoog.
- Houd je ellebogen licht gebogen en trek de handgrepen in een brede boog schuin naar beneden.
- Breng je handen voor je lichaam samen rond buik- tot heuphoogte.
- Knijp de borstspieren kort aan zonder je schouders naar voren te laten komen.
- Laat de kabels daarna langzaam terugkeren naar de startpositie.
Onthoud tijdens de oefening
Houd je romp stabiel, je borst open en een lichte buiging in je ellebogen. De beweging komt vooral vanuit je schouders en borst. Gebruik geen zwaai vanuit je lichaam om de kabels naar beneden te trekken.

Veelgemaakte fouten bij de high-to-low cable fly
- Te zwaar trainen: hierdoor verandert de fly vaak in een trek- of duwbeweging met veel lichaamszwaai.
- De ellebogen te veel buigen: houd tijdens de hele beweging ongeveer dezelfde lichte buiging.
- De schouders naar voren laten rollen: houd je borst open en je schouderbladen gecontroleerd.
- Recht naar beneden trekken: beweeg de armen in een brede boog naar elkaar toe.
- Te snel teruggaan: laat de kabels langzaam terugkeren zodat je controle houdt over de beweging.
Welke spieren train je?
Deze cable fly traint voornamelijk de borstspieren. Door de handgrepen vanuit een hoge positie schuin naar beneden te bewegen, verandert de trekrichting ten opzichte van een horizontale of opwaartse cable fly.
De voorste schouders helpen mee bij het naar voren brengen van de armen. Daarnaast zorgen verschillende spieren rond de schouderbladen en romp voor stabiliteit tijdens de beweging.
Verschil met de horizontale cable fly
Bij de horizontale variant staan de kabels ongeveer op borsthoogte en beweeg je de armen vrijwel recht naar voren.
Bij de high-to-low cable fly staan de kabels hoger en beweeg je de handgrepen schuin naar beneden. Daardoor verandert de bewegingsrichting en de manier waarop je de borst belast.
Verschil met de beweging van laag naar hoog
Bij de variant van laag naar hoog begin je met de kabels laag en beweeg je de handgrepen schuin omhoog. Hierdoor ligt relatief meer nadruk op het bovenste gedeelte van de borst.
Bij de neerwaartse variant begin je juist hoog en eindigen je handen lager voor je lichaam. Beide bewegingen trainen de borstspieren, maar vanuit een andere hoek.
Kabelhoogte bij de high-to-low cable fly
Stel de kabels boven schouderhoogte in, zodat je vanuit een duidelijke hoge positie naar beneden kunt bewegen. Een extreem hoge instelling is niet noodzakelijk. Kies een hoogte waarbij je de beweging comfortabel kunt uitvoeren en je schouders stabiel blijven.
Hoeveel sets en herhalingen?
Voor spieropbouw kun je bijvoorbeeld 3 tot 4 sets van 10 tot 15 herhalingen uitvoeren. Cable flies zijn vooral geschikt voor gecontroleerde herhalingen met een matige belasting.
Gebruik een gewicht waarbij je de armen in dezelfde boog kunt blijven bewegen zonder te zwaaien of je ellebogen steeds verder te buigen.
High-to-low cable fly toevoegen aan je trainingsschema
De oefening past vooral goed als aanvullende borstoefening na een zwaardere drukbeweging. Je kunt hem bijvoorbeeld gebruiken nadat je al een bench press of dumbbell press hebt uitgevoerd.
Voorbeeld borsttraining
Bench press: 3 × 6–10
Incline dumbbell press: 3 × 8–12
Neerwaartse cable fly: 3 × 10–15
Wil je vanuit verschillende kabelhoeken trainen? Dan kun je deze beweging afwisselen met een horizontale of opwaartse cable fly. Je hoeft niet alle varianten binnen dezelfde borsttraining te gebruiken.
Meer fitness oefeningen bekijken

Bekijk het complete overzicht met fitness oefeningen voor droogtrainen voor meer oefeningen voor borst, rug, schouders, armen, benen en buikspieren.
Veelgestelde vragen over deze cable fly
Je traint voornamelijk de borstspieren. Door de neerwaartse bewegingsrichting verandert de nadruk ten opzichte van horizontale en opwaartse cable-flyvarianten. Ook de voorste schouders en stabiliserende spieren werken mee.
Plaats de kabels boven schouderhoogte. Kies een positie waarbij je de handgrepen gecontroleerd schuin naar beneden kunt bewegen zonder ongemak in je schouders.
Bij de neerwaartse variant begin je hoog en beweeg je de kabels schuin naar beneden. Bij de tegenovergestelde variant begin je laag en beweeg je de kabels schuin omhoog.
Een praktische richtlijn voor spieropbouw is 3 tot 4 sets van ongeveer 10 tot 15 gecontroleerde herhalingen. Kies een gewicht waarmee je de beweging technisch netjes kunt blijven uitvoeren.
Veilig trainen: gebruik een belasting waarmee je de kabels gecontroleerd kunt bewegen en houd je schouders stabiel. Trek niet met een ruk aan de kabels en stop wanneer de beweging pijn veroorzaakt in je borst, schouders of ellebogen.