Wil je je borstspieren trainen, maar weet je niet goed welke spieren je precies gebruikt of welke oefeningen daarbij passen? De borst bestaat vooral uit de pectoralis major en pectoralis minor. Bij krachttraining ligt de nadruk vooral op de grote borstspier. Door verschillende oefeningen en trainingshoeken te gebruiken, kun je meer nadruk leggen op de bovenkant, het midden of de onderkant van de borst.

Kort uitgelegd: de pectoralis major vormt het grootste en meest zichtbare deel van de borst. De kleinere pectoralis minor ligt daaronder en ondersteunt vooral bewegingen van het schouderblad.
Waar zitten je borstspieren?
De borstspieren liggen aan de voorkant van het bovenlichaam. Ze lopen over een groot deel van de borstkas en zijn betrokken bij bewegingen van de bovenarm en schoudergordel.
De grote borstspier loopt vanaf het sleutelbeen en borstbeen naar de bovenarm. Daaronder ligt een kleinere borstspier die de ribben met het schouderblad verbindt.
Uit welke spieren bestaan je borstspieren?
Voor krachttraining zijn vooral twee borstspieren belangrijk: de pectoralis major en pectoralis minor.
1. Pectoralis major

De pectoralis major is de grote zichtbare borstspier. Deze spier bepaalt voor een belangrijk deel de vorm van de borst en levert bij de meeste borstoefeningen het grootste deel van het werk.
2. Pectoralis minor

De pectoralis minor ligt onder de pectoralis major. Deze kleinere spier helpt bij de beweging en stabilisatie van het schouderblad en speelt bij krachttraining meestal een meer ondersteunende rol.
Welke delen van je borstspieren kun je trainen?
Bij borsttraining wordt vaak gesproken over de bovenkant, het midden en de onderkant van de borst. Dit zijn geen afzonderlijke spieren, maar praktische benamingen voor verschillende delen van de pectoralis major.
Je kunt deze delen niet volledig van elkaar isoleren. Door de hoek waarin je drukt of je armen beweegt, kun je wel het accent verschuiven.
Bovenkant borstspieren trainen
De bovenkant van de borst ligt vlak onder het sleutelbeen. Dit gedeelte wordt gevormd door de hoger gelegen vezels van de pectoralis major.

Voor relatief meer nadruk op dit gedeelte gebruik je vooral bewegingen waarbij je schuin omhoog drukt of de armen vanuit een lagere positie omhoog en naar elkaar toe beweegt.
- Incline bench press
- Incline dumbbell press
- Low-to-high cable fly
Bij incline presses staat de rugleuning van de fitnessbank schuin omhoog. Zet de bank niet te steil, omdat de voorste schouders dan steeds meer werk overnemen.
Midden van de borstspieren trainen
Met het midden van de borst wordt het grote centrale gedeelte van de pectoralis major bedoeld. Horizontale druk- en flybewegingen passen goed bij dit deel van de borst.

- Bench press
- Dumbbell chest press
- Push-up
- Dumbbell fly
- Horizontale cable fly
Deze oefeningen belasten een groot gedeelte van de borst en vormen daarom vaak de basis van een borsttraining.
Onderkant borstspieren trainen
De onderkant van de borst bestaat uit de lager gelegen vezels van de pectoralis major. Voor extra nadruk op dit gedeelte passen vooral bewegingen die schuin naar beneden lopen.

- Dips met het bovenlichaam iets voorover
- Decline bench press
- Decline dumbbell press
- High-to-low cable fly
De rest van de pectoralis major blijft bij deze oefeningen gewoon meewerken. De oefenhoek bepaalt vooral waar relatief meer nadruk komt te liggen.
Belangrijk: je hoeft de bovenkant, het midden en de onderkant van de borst niet als drie losse spieren te behandelen. Een combinatie van horizontale en schuine bewegingen geeft al verschillende trainingshoeken voor de pectoralis major.
Wil je naast je borst ook andere spiergroepen trainen? Bekijk dan het overzicht met fitness oefeningen voor droogtrainen voor oefeningen voor het hele lichaam.
Borstspieren thuis trainen
Ook thuis kun je je borstspieren goed belasten. Push-ups vereisen geen materiaal. Met dumbbells en een verstelbare fitnessbank kun je daarnaast verschillende press- en flybewegingen uitvoeren.
Wil je thuis met gewichten trainen? Bekijk dan onze pagina met dumbbells vergelijken. Voor horizontale en schuine oefeningen kun je daarnaast verschillende fitnessbanken vergelijken.
Bekijk ook eens:
Wil je meer fitnessbanken vergelijken? Deze reviews en verzamelpagina’s kunnen ook interessant zijn.
Welke spieren werken mee als je borstspieren traint?
Borstoefeningen belasten vaak meerdere spieren tegelijk. Vooral bij pressbewegingen werken de triceps en voorste schouders mee.
- Triceps: strekken de elleboog tijdens een press.
- Voorste schouderkop: helpt de bovenarm naar voren bewegen.
- Core: helpt het lichaam stabiel te houden.
- Spieren rond de schouderbladen: ondersteunen de positie en controle van de schouders.
Daarom worden borst, schouders en triceps vaak gecombineerd in een push-training.
Veelgestelde vragen over borstspieren trainen
De belangrijkste borstspieren zijn de pectoralis major en pectoralis minor. De pectoralis major is de grote zichtbare borstspier. De kleinere pectoralis minor ligt daaronder en helpt vooral bij beweging en stabilisatie van het schouderblad.
Bij krachttraining wordt vaak gesproken over de bovenkant, het midden en de onderkant van de borst. Dit zijn geen afzonderlijke spieren, maar verschillende delen van de pectoralis major waarop je met trainingshoeken relatief meer nadruk kunt leggen.
Niet volledig. De pectoralis major werkt als geheel mee. Door de richting en hoek van een oefening te veranderen kun je wel relatief meer nadruk leggen op bepaalde delen van de borst.
Voor meer nadruk op de bovenkant van de borst kun je schuine drukbewegingen gebruiken, zoals incline bench press en incline dumbbell press. Ook een low-to-high cable fly past bij deze bewegingsrichting.
Ja. Push-ups kun je zonder materiaal uitvoeren. Met dumbbells en een verstelbare fitnessbank kun je thuis daarnaast verschillende press- en flybewegingen uitvoeren.
Disclaimer: dit artikel geeft algemene informatie over krachttraining en fitness. Bouw oefeningen en trainingsbelasting geleidelijk op en gebruik een techniek die je gecontroleerd kunt uitvoeren. Heb je pijn, een blessure of medische klachten? Vraag dan indien nodig advies aan een arts, fysiotherapeut of andere deskundige.