Categoriearchief: Schouders

Barbell row: uitvoering, spieren en veelgemaakte fouten

De barbell row is een rugoefening waarbij je voorovergebogen een halterstang richting je buik trekt. Met deze horizontale trekbeweging train je onder andere de latissimus dorsi, trapezius en rhomboideus. Ook je biceps, achterste schouders en rompspieren werken mee. Omdat je de voorovergebogen houding zelf moet vasthouden, vraagt de oefening extra aandacht voor je rughouding en stabiliteit. Hieronder ontdek je hoe je de barbell row correct uitvoert, welke spieren je traint en welke veelgemaakte fouten je beter kunt voorkomen.

Sporter voert de barbell row uit met een halterstang in drie fasen: startpositie met voorovergebogen bovenlichaam, halterstang naar de buik trekken en gecontroleerd laten zakken.

De oefening in het kort:
Doelspieren: latissimus dorsi, trapezius en rhomboideus
Meewerkende spieren: teres major, achterste schouders, biceps en onderarmen
Stabiliserende spieren: rugstrekkers, buikspieren, bilspieren en hamstrings
Materiaal: halterstang met gewichtsschijven
Beweging: voorovergebogen horizontale trekbeweging
Niveau: beginner met begeleiding tot gevorderd

Barbell row uitvoeren in 6 stappen

Bij de barbell row is het belangrijk om vanuit een stabiele, voorovergebogen houding te trainen. De halterstang beweegt richting je buik terwijl je bovenlichaam grotendeels op dezelfde plaats blijft. Kies een trainingsgewicht waarmee je de beweging zonder rukken kunt uitvoeren.

  1. Neem je startpositie aan: ga met je voeten ongeveer op heup- tot schouderbreedte staan. Plaats de halterstang voor je voeten en pak deze vast met een bovenhandse greep, iets breder dan schouderbreedte.
  2. Buig vanuit je heupen: buig je knieën licht en breng je heupen naar achteren. Kantel je bovenlichaam voorover terwijl je een natuurlijke, neutrale rughouding behoudt.
  3. Maak je romp stabiel: span je buikspieren aan, houd je nek in het verlengde van je rug en laat de halterstang met gestrekte armen onder je bovenlichaam hangen.
  4. Trek de halterstang omhoog: beweeg je ellebogen gecontroleerd naar achteren en trek de stang richting je onderbuik. Houd je polsen zoveel mogelijk in een natuurlijke positie.
  5. Beëindig de trekbeweging: breng de stang zo dicht mogelijk bij je buik als je gecontroleerd kunt, zonder je bovenlichaam plotseling omhoog te bewegen of je onderrug te overstrekken.
  6. Laat de halterstang zakken: strek je armen gecontroleerd en breng de stang terug naar de startpositie. Houd je rug en romp stabiel voordat je de volgende herhaling uitvoert.

Belangrijk tijdens de uitvoering

Voeten stevig plaatsen → vanuit de heupen vooroverbuigen → rug neutraal houden → romp aanspannen → halterstang richting de buik trekken → gecontroleerd laten zakken.

Sporter voert de barbell row uit met een halterstang. De afbeelding toont de juiste rughouding, licht gebogen knieën, elleboogbeweging en zes stappen voor een gecontroleerde uitvoering.

Veelgemaakte fouten bij de barbell row

De barbell row vraagt meer stabiliteit dan een roeioefening waarbij je borst of bovenlichaam wordt ondersteund. Vooral een te zwaar trainingsgewicht kan ervoor zorgen dat je gaat zwaaien of je rughouding verliest.

Veelgemaakte foutBetere uitvoering
Te zwaar trainen ❌ Gebruik een gewicht waarmee je de halterstang zonder rukken omhoog kunt trekken.
De onderrug sterk bollen ❌ Buig vanuit je heupen en houd je rug tijdens de oefening in een comfortabele, neutrale positie.
Het bovenlichaam omhooggooien ❌ Houd de romp grotendeels in dezelfde voorovergebogen houding tijdens de herhalingen.
Met de armen aan de stang rukken ❌ Trek de ellebogen gecontroleerd naar achteren en gebruik geen plotselinge zwaaibeweging.
Het hoofd overdreven omhooghouden ❌ Houd je nek zoveel mogelijk in het verlengde van je rug en kijk schuin naar de vloer.
De halterstang ongecontroleerd laten zakken ❌ Laat het gewicht rustig terugkomen en behoud controle over de beweging.

Welke spieren train je met de barbell row?

Anatomische fitnessillustratie van de barbell row met een halterstang. De afbeelding toont de betrokken spieren, waaronder de latissimus dorsi, trapezius, rhomboideus, achterste schouders, biceps en rugstrekkers.

De barbell row traint meerdere spiergroepen in de rug. De latissimus dorsi helpt bij het naar achteren bewegen van de bovenarmen. De trapezius en rhomboideus ondersteunen de beweging en controle van de schouderbladen.

Daarnaast werken de rugstrekkers en rompspieren om je bovenlichaam in de voorovergebogen positie te houden. Hierdoor vraagt de barbell row meer actieve stabilisatie dan bijvoorbeeld een chest-supported row.

  • Latissimus dorsi: helpt bij het naar achteren trekken van de bovenarmen.
  • Trapezius: ondersteunt de beweging en stabilisatie van de schouderbladen.
  • Rhomboideus: helpt bij het naar elkaar toe bewegen van de schouderbladen.
  • Teres major: ondersteunt de trekbeweging vanuit de schouder.
  • Achterste schouderkop: werkt mee bij het naar achteren bewegen van de bovenarmen.
  • Biceps en brachialis: helpen bij het buigen van de ellebogen.
  • Onderarmspieren: ondersteunen de grip op de halterstang.
  • Rugstrekkers en buikspieren: stabiliseren de romp tijdens de voorovergebogen houding.
  • Bilspieren en hamstrings: helpen de heuphouding stabiel te houden.

Wil je meer weten over de ligging en functie van deze spieren? Bekijk onze uitgebreide uitleg over rugspieren trainen.

Barbell row met bovenhandse of onderhandse greep?

De barbell row kan met verschillende grepen worden uitgevoerd. De klassieke variant gebruikt een bovenhandse greep, maar ook een onderhandse greep is mogelijk. Hierdoor veranderen de positie van je armen en de manier waarop je de halterstang vasthoudt.

VariantUitvoeringKenmerk
Bovenhandse barbell row Handpalmen wijzen naar achteren terwijl je de halterstang vastpakt. Klassieke roeivariant met een bovenhandse greep.
Onderhandse barbell row Handpalmen wijzen naar voren en de ellebogen kunnen dichter langs de romp bewegen. Andere arm- en polspositie, waarbij ook de elleboogbuigers meewerken.
Pendlay row De halterstang wordt na iedere herhaling terug op de vloer geplaatst. Meer nadruk op een afzonderlijke trekbeweging vanuit een vaste startpositie.
Landmine row Roeibeweging met een halterstang waarvan één uiteinde vastzit in een landmine-opstelling. Andere bewegingsbaan en verschillende mogelijkheden voor de greep.

Voor de klassieke barbell row is een bovenhandse greep een praktisch uitgangspunt. Kies een greepbreedte waarmee je je polsen en schouders comfortabel kunt bewegen. De stang hoeft niet met een overdreven brede greep te worden vastgehouden.

Barbell row of seated cable row?

De barbell row en seated cable row zijn beide horizontale trekoefeningen voor de rug. Het grootste verschil zit in de houding en de manier waarop je de weerstand verplaatst.

Bij de barbell row sta je voorovergebogen met een halterstang. Je rugstrekkers en andere stabiliserende spieren moeten actief werken om deze houding vast te houden. Bij de seated cable row zit je op een machine en trek je een kabelgreep richting je buik.

KenmerkBarbell rowSeated cable row
Materiaal Halterstang en gewichtsschijven Kabelmachine met handgreep
Houding Staand en voorovergebogen Zittend met voeten op steunpunten
Rompstabilisatie Relatief hoge belasting op stabiliserende spieren Over het algemeen minder veeleisende romphouding
Weerstand Vrij gewicht Kabelweerstand
Beweging Halterstang naar de buik trekken Kabelgreep naar de buik trekken

Beide oefeningen kunnen geschikt zijn voor een rugtraining. De barbell row vraagt meer controle over de voorovergebogen houding, terwijl de seated cable row voor sommige sporters gemakkelijker technisch aan te leren is.

Barbell row of chest-supported row?

Een andere veelgebruikte rugoefening is de chest-supported row. Hierbij rust je borst tegen een schuin fitnessbankje terwijl je twee dumbbells naar je romp trekt.

Bij de chest-supported row wordt je bovenlichaam ondersteund door het bankje. Daardoor hoeft je onderrug minder actief te werken om de houding vast te houden. Bij de barbell row ontbreekt deze ondersteuning en moet je de voorovergebogen positie zelf behouden.

Dat maakt de chest-supported row een mogelijk alternatief wanneer je de stabilisatiebelasting op je onderrug wilt beperken. De barbell row kan juist interessant zijn wanneer je naast de rugspieren ook de controle van je romp in een voorovergebogen houding wilt trainen.

Barbell row of one-arm dumbbell row?

Bij de barbell row gebruik je één halterstang die je met beide handen vastpakt. De one-arm dumbbell row voer je juist met één dumbbell tegelijk uit, vaak met ondersteuning van een fitnessbankje.

De eenarmige dumbbell row biedt de mogelijkheid om iedere arm afzonderlijk te trainen. Bij de barbell row werken beide armen tegelijkertijd en moet je bovendien de voorovergebogen houding vasthouden.

Beide oefeningen kunnen worden gebruikt voor het trainen van de brede rugspieren en bovenrug. Welke variant je kiest, hangt onder andere af van je beschikbare materiaal, trainingsdoel en voorkeur.

Barbell row toevoegen aan je trainingsschema

De barbell row past goed in een rugtraining, pulltraining of full body schema. Je kunt de oefening gebruiken als horizontale trekbeweging naast een verticale trekbeweging zoals de lat pulldown.

Onderstaand voorbeeld combineert de barbell row met twee andere rugoefeningen. Houd rekening met de belasting op je onderrug wanneer je in dezelfde training ook zware squats of deadlifts uitvoert.

OefeningSetsHerhalingen
Lat pulldown 3 8–12
Barbell row 3 8–12
Straight-arm pulldown 2 12–15

Met deze combinatie gebruik je een verticale trekbeweging, een horizontale roeibeweging en een aanvullende oefening voor de brede rugspieren. De aangegeven sets en herhalingen zijn voorbeelden. Stem je totale trainingsvolume af op je ervaring, belastbaarheid en herstel.

Probeer eerst alle herhalingen met een stabiele houding uit te voeren. Verhoog het trainingsgewicht pas wanneer je de beweging goed beheerst. Je kunt ook progressie maken door herhalingen toe te voegen voordat je zwaardere gewichtsschijven gebruikt.

Tips voor beginners

De barbell row kan voor beginners uitdagend zijn omdat je tegelijkertijd een roeibeweging uitvoert en een voorovergebogen houding vasthoudt. Begin daarom met een lichte halterstang of een eenvoudig te controleren trainingsgewicht.

Oefen eerst met het vanuit je heupen vooroverbuigen en het behouden van een neutrale rughouding. Daarna kun je de roeibeweging toevoegen. Voor beginners zijn bijvoorbeeld 2 tot 3 sets van 8 tot 12 gecontroleerde herhalingen een mogelijk startpunt.

Vind je het lastig om je rughouding stabiel te houden? Dan kun je eerst oefenen met een chest-supported row of seated cable row. Wil je meer leren over het opbouwen van je training? Bekijk dan onze gids over krachttraining voor beginners.

Barbell row thuis uitvoeren

De barbell row kun je thuis uitvoeren wanneer je beschikt over een geschikte halterstang, gewichtsschijven en voldoende vrije trainingsruimte. Een stabiele ondergrond is belangrijk, vooral wanneer je met zwaardere gewichten traint.

Je hebt voor deze oefening niet per se een fitnessbankje nodig. Wel moet je de halterstang veilig kunnen oppakken, neerleggen en belasten. Gebruik bij voorkeur een gewicht waarmee je de voorovergebogen positie zonder moeite kunt controleren.

Ben je op zoek naar geschikt materiaal? Bekijk dan onze verzamelpagina over halterstangen vergelijken. Daar vind je verschillende soorten halterstangen en aandachtspunten bij het kiezen van trainingsmateriaal.

Meer fitness oefeningen voor de rug bekijken

De barbell row is een van de oefeningen waarmee je de brede rugspieren en bovenrug kunt trainen. Andere mogelijkheden zijn de lat pulldown, seated cable row, one-arm dumbbell row, chest-supported row, straight-arm pulldown en pull ups.

Bekijk onze complete verzamelpagina met fitness oefeningen voor droogtrainen. Hier vind je uitleg over de uitvoering van oefeningen voor rug, borst, schouders, benen, billen en buikspieren.

Veelgestelde vragen over de barbell row

Welke spieren train je met de barbell row?

De barbell row traint onder andere de latissimus dorsi, trapezius, rhomboideus en teres major. De achterste schouders, biceps en onderarmen werken mee. Daarnaast stabiliseren de rugstrekkers en rompspieren de voorovergebogen houding.

Hoe voer je de barbell row correct uit?

Ga met je voeten stevig op de grond staan, buig vanuit je heupen voorover en houd je rug neutraal. Trek de halterstang gecontroleerd richting je buik terwijl je ellebogen naar achteren bewegen. Laat de stang daarna rustig zakken.

Moet je je rug recht houden tijdens de barbell row?

Houd je rug tijdens de barbell row in een comfortabele, neutrale positie. Buig vanuit je heupen en span je romp aan. Voorkom dat je je rug sterk bolt of overdreven hol maakt om het gewicht omhoog te krijgen.

Wat is het verschil tussen de barbell row en seated cable row?

Bij de barbell row sta je voorovergebogen en trek je een halterstang naar je buik. Bij de seated cable row zit je aan een kabelmachine. De barbell row vraagt doorgaans meer actieve stabilisatie van de romp en onderrug.

Hoeveel sets en herhalingen doe je bij de barbell row?

Voor spieropbouw kun je bijvoorbeeld 3 sets van 8 tot 12 herhalingen uitvoeren. Beginners kunnen starten met 2 tot 3 sets met een licht gewicht. Kies een belasting waarbij je de voorovergebogen houding goed kunt vasthouden.

Veilig trainen: gebruik een trainingsgewicht waarmee je de rug en romp stabiel kunt houden. Vermijd abrupte trekbewegingen en laat de halterstang gecontroleerd zakken. Bouw de belasting geleidelijk op en stop bij scherpe pijn of aanhoudende rug- of schouderklachten. Vraag bij twijfel over je uitvoering advies aan een gekwalificeerde trainer.

Seated cable row: uitvoering, spieren en veelgemaakte fouten

De seated cable row is een rugoefening waarbij je zittend aan een kabelmachine een handgreep richting je buik trekt. Met deze horizontale trekbeweging train je onder andere de latissimus dorsi, trapezius en rhomboideus. De biceps en achterste schouders werken mee. Hieronder leer je hoe je de seated cable row correct uitvoert, welke spieren je traint en welke veelgemaakte fouten je beter kunt voorkomen.

Sporter voert de seated cable row uit aan een kabelmachine in drie fasen: startpositie met gestrekte armen, handgreep naar de buik trekken en gecontroleerd terugkeren.

De oefening in het kort:
Doelspieren: latissimus dorsi, trapezius en rhomboideus
Meewerkende spieren: teres major, achterste schouders, biceps en onderarmen
Materiaal: seated row-kabelmachine met smalle neutrale greep
Beweging: zittende horizontale trekbeweging
Niveau: beginner tot gevorderd

Seated cable row uitvoeren in 6 stappen

Bij de seated cable row is het belangrijk dat je vanuit je armen en schouders trekt, zonder je bovenlichaam bij iedere herhaling ver naar achteren te bewegen. Begin met een gewicht waarmee je de oefening gecontroleerd kunt uitvoeren.

  1. Stel de machine in: bevestig een smalle neutrale greep aan de lage kabel en selecteer een passend trainingsgewicht.
  2. Neem plaats: ga op het zitvlak zitten en plaats je voeten stevig op de voetsteunen. Houd je knieën licht gebogen.
  3. Pak de handgreep vast: reik vanuit je heupen naar voren om de greep vast te pakken. Kom daarna in een stabiele, rechtop zittende positie met je rug in een natuurlijke houding.
  4. Trek richting je buik: beweeg je ellebogen gecontroleerd naar achteren langs je lichaam. Trek de handgreep richting je onderbuik zonder je romp naar achteren te gooien.
  5. Maak de trekbeweging af: laat je schouderbladen op natuurlijke wijze naar elkaar toe bewegen. Stop wanneer je een comfortabele bewegingsuitslag hebt bereikt.
  6. Keer gecontroleerd terug: strek je armen rustig terwijl je de kabel terug laat bewegen. Laat je schouderbladen gecontroleerd naar voren bewegen en begin daarna aan de volgende herhaling.

Belangrijk tijdens de uitvoering

Voeten stabiel plaatsen → rug neutraal houden → ellebogen langs het lichaam naar achteren trekken → greep richting de buik bewegen → gecontroleerd terugkeren.

Sporter voert de seated cable row uit aan een kabelmachine. De afbeelding toont drie fasen: startpositie met gestrekte armen, handgreep naar de buik trekken en gecontroleerd terugkeren.

Veelgemaakte fouten bij de seated cable row

De seated cable row is een goed controleerbare oefening, maar door een te zwaar gewicht kan de techniek verslechteren. Let vooral op overmatig zwaaien met je romp en het ongecontroleerd teruglaten schieten van de kabel.

Veelgemaakte foutBetere uitvoering
Te zwaar trainen ❌Gebruik een gewicht waarmee je de handgreep zonder rukken naar je buik kunt trekken.
Ver naar achteren leunen ❌Houd je romp grotendeels stabiel en voorkom dat je je lichaamsgewicht gebruikt om de kabel naar achteren te trekken.
De rug overdreven bollen ❌Houd een natuurlijke rughouding en beweeg vanuit je schouders en armen.
Schouders optrekken ❌Laat je schouderbladen gecontroleerd bewegen zonder je schouders voortdurend richting je oren te trekken.
De ellebogen overdreven ver naar achteren trekken ❌Stop zodra je een comfortabele bewegingsuitslag hebt bereikt.
Gewichten laten terugvallen ❌Begeleid de teruggaande beweging zodat de kabel onder controle blijft.

Welke spieren train je met de seated cable row?

Latissimus dorsi anatomie en de betrokken brede rugspier bij de seated cable row

De seated cable row belast verschillende spieren in de rug. De latissimus dorsi helpt bij het naar achteren bewegen van de bovenarmen. De trapezius en rhomboideus ondersteunen onder andere het naar achteren bewegen van de schouderbladen.

  • Latissimus dorsi: helpt bij het naar achteren bewegen van de bovenarm.
  • Trapezius: ondersteunt de beweging en stabilisatie van de schouderbladen.
  • Rhomboideus: helpt de schouderbladen naar elkaar toe te bewegen.
  • Teres major: ondersteunt de trekbeweging vanuit de schouder.
  • Achterste schouderkop: werkt mee bij het naar achteren bewegen van de bovenarmen.
  • Biceps en brachialis: helpen bij het buigen van de ellebogen.
  • Onderarmspieren: ondersteunen de grip op de handgreep.

Wil je weten waar deze spieren liggen en hoe ze samenwerken? Bekijk onze uitgebreide uitleg over rugspieren trainen.

Seated cable row met smalle of brede greep?

Je kunt de seated cable row met verschillende handgrepen uitvoeren. Hierdoor verandert onder andere de positie van je ellebogen en de richting waarin je je bovenarmen beweegt.

VariantUitvoeringKenmerk
Smalle neutrale greepHandpalmen wijzen naar elkaar en de ellebogen bewegen dicht langs de romp.Veelgebruikte basisvariant waarbij onder andere de brede rugspieren werken.
Brede greepHanden verder uit elkaar en ellebogen bewegen relatief verder naar buiten.Kan de nadruk op de bovenrug en achterste schouders veranderen.
Onderhandse greepHandpalmen wijzen omhoog tijdens het trekken.Andere pols- en armpositie die voor sommige sporters prettig kan zijn.
Eenarmige cable rowIedere arm afzonderlijk trainen met een enkele handgreep.Geschikt wanneer je de controle per arm wilt oefenen.

Begin met een greep die comfortabel aanvoelt en waarmee je de oefening technisch goed kunt uitvoeren. Een smalle neutrale greep is voor veel sporters een praktisch uitgangspunt.

Seated cable row of chest-supported row?

De seated cable row en chest-supported row zijn beide horizontale roeioefeningen. Toch verschillen ze duidelijk in de ondersteuning van je bovenlichaam.

Bij de seated cable row zit je rechtop en moet je je romp zelf stabiel houden tijdens het trekken. Bij de chest-supported row rust je borst tegen een schuin fitnessbankje. Hierdoor wordt je bovenlichaam meer ondersteund.

KenmerkSeated cable rowChest-supported row
MateriaalKabelmachine met handgreepSchuin fitnessbankje met dumbbells
HoudingZittend met voeten op steunpuntenBorst ondersteund tegen fitnessbankje
RompstabilisatieZelf actief stabiliserenExtra ondersteuning door bankje
BewegingHorizontale trekbeweging aan een kabelHorizontale roeibeweging met dumbbells

Beide oefeningen kunnen goed worden gebruikt voor rugtraining. Welke variant het beste bij je past, hangt af van je voorkeur, het beschikbare materiaal en je trainingsschema.

Seated cable row of lat pulldown?

De seated cable row is een horizontale trekbeweging, terwijl de lat pulldown een verticale trekbeweging is. Beide trainen de brede rugspieren, maar de bewegingsrichting en de bijdrage van de verschillende rugspieren verschillen.

Door een horizontale en verticale trekbeweging te combineren, kun je verschillende functies van de rugspieren trainen. Je hoeft daarvoor niet alle mogelijke oefeningen in één training op te nemen.

Seated cable row toevoegen aan je trainingsschema

De seated cable row past goed in een rugtraining, pulltraining of full body schema. Je kunt de oefening gebruiken als belangrijke horizontale trekbeweging naast bijvoorbeeld de lat pulldown.

OefeningSetsHerhalingen
Lat pulldown38–12
Seated cable row38–12
Straight-arm pulldown212–15

Deze combinatie bevat een verticale trekoefening, een horizontale roeibeweging en een aanvullende oefening voor de brede rugspieren. De sets en herhalingen zijn voorbeelden. Stem het trainingsvolume af op je ervaring en herstel.

Tips voor beginners

Begin bij de seated cable row met een licht tot matig gewicht en een smalle neutrale greep. Zorg dat je de handgreep richting je buik kunt trekken zonder naar achteren te zwaaien. Houd je knieën licht gebogen en je voeten stevig op de steunpunten.

Voor beginners kunnen 2 tot 3 sets van 10 tot 12 herhalingen een goed startpunt zijn. Verhoog de belasting pas wanneer je de beweging volledig kunt controleren. Wil je meer weten over het opbouwen van je training? Lees dan onze gids over krachttraining voor beginners.

Seated cable row thuis uitvoeren

De seated cable row wordt meestal in de sportschool uitgevoerd op een kabelmachine. Heb je thuis een geschikt kabelstation met lage katrol, dan kun je de oefening ook thuis uitvoeren.

Beschik je niet over een kabelmachine? Dan kun je met een one-arm dumbbell row een vergelijkbare horizontale trekbeweging uitvoeren. Hiervoor heb je één dumbbell en een stevig steunpunt nodig.

Meer fitness oefeningen voor de rug bekijken

Naast de seated cable row kun je rugspieren trainen met de lat pulldown, chest-supported row, one-arm dumbbell row, straight-arm pulldown en pull ups. Deze oefeningen verschillen in bewegingsrichting, ondersteuning en gebruikte materialen.

Fitness oefeningen voor droogtrainen

Bekijk onze verzamelpagina met fitness oefeningen voor droogtrainen voor meer uitleg over rug-, borst-, schouder-, been- en buikspieroefeningen.

Veelgestelde vragen over de seated cable row

Welke spieren train je met de seated cable row?

De seated cable row traint onder andere de latissimus dorsi, trapezius, rhomboideus en teres major. De biceps, achterste schouders en onderarmen werken mee.

Hoe voer je de seated cable row correct uit?

Ga op de kabelmachine zitten, plaats je voeten op de steunpunten en houd je rug neutraal. Trek de handgreep gecontroleerd richting je buik terwijl je je ellebogen naar achteren beweegt. Laat de kabel daarna rustig terugkeren.

Welke greep is het beste bij de seated cable row?

Een smalle neutrale greep is voor veel sporters een praktisch uitgangspunt. Ook brede, onderhandse en eenarmige varianten zijn mogelijk. Kies een greep waarmee je de oefening comfortabel en gecontroleerd uitvoert.

Wat is het verschil tussen de seated cable row en lat pulldown?

De seated cable row is een horizontale trekbeweging waarbij je een handgreep richting je buik trekt. De lat pulldown is een verticale trekbeweging waarbij je een stang van boven naar je bovenlichaam beweegt.

Hoeveel sets en herhalingen doe je bij de seated cable row?

Voor spieropbouw kun je bijvoorbeeld 3 sets van 8 tot 12 herhalingen uitvoeren. Beginners kunnen starten met 2 tot 3 sets van 10 tot 12 herhalingen. Kies een gewicht waarmee je de techniek kunt blijven controleren.

Veilig trainen: gebruik een passend trainingsgewicht en controleer of de kabelmachine en handgreep goed bevestigd zijn. Houd je romp stabiel, vermijd rukbewegingen en laat de kabel gecontroleerd terugkomen. Stop bij scherpe pijn of aanhoudende rug- of schouderklachten.

Chest-supported row: uitvoering, spieren en veelgemaakte fouten

De chest-supported row is een rugoefening waarbij je met je borst tegen een schuin fitnessbankje ligt en twee dumbbells richting je romp trekt. De oefening traint onder andere de brede rugspieren, trapezius en rhomboideus. Doordat het bankje je bovenlichaam ondersteunt, hoef je minder moeite te doen om je romp tijdens de beweging stabiel te houden. Hieronder lees je hoe je de chest-supported row correct uitvoert, welke spieren je traint en welke veelgemaakte fouten je kunt voorkomen.

Sporter voert de chest-supported row uit met twee dumbbells op een schuin fitnessbankje. De afbeelding toont drie fasen: startpositie, dumbbells omhoogtrekken en gecontroleerd laten zakken.

De oefening in het kort:
Doelspieren: latissimus dorsi, trapezius en rhomboideus
Meewerkende spieren: teres major, achterste schouders, biceps en onderarmen
Materiaal: twee dumbbells en een verstelbaar fitnessbankje
Bankhoek: ongeveer 30–45 graden
Beweging: ondersteunde horizontale roeibeweging
Niveau: beginner tot gevorderd

Chest-supported row uitvoeren in 6 stappen

Bij de chest-supported row ligt je borst tegen een schuin fitnessbankje terwijl je met beide armen een roeibeweging maakt. Het is belangrijk dat je je bovenlichaam tegen het bankje houdt en de dumbbells zonder rukken omhoogtrekt.

  1. Stel het fitnessbankje in: zet de rugleuning ongeveer 30–45 graden omhoog. Controleer of het bankje stevig staat en de dumbbells voldoende bewegingsruimte hebben.
  2. Neem de startpositie aan: ga met je borst tegen de schuine rugleuning liggen. Zet je voeten stabiel op de grond en houd je hoofd in het verlengde van je rug.
  3. Pak de dumbbells vast: laat je armen ontspannen naar beneden hangen met een dumbbell in iedere hand. Gebruik bijvoorbeeld een neutrale grip waarbij je handpalmen naar elkaar wijzen.
  4. Trek de dumbbells omhoog: beweeg je ellebogen gecontroleerd naar achteren en trek de gewichten richting de zijkanten van je romp. Houd je borst tegen het bankje.
  5. Beëindig de roeibeweging: stop wanneer je een comfortabele bewegingsuitslag hebt bereikt. Laat je schouderbladen op natuurlijke wijze naar elkaar toe bewegen zonder de schouders overdreven op te trekken.
  6. Laat de dumbbells zakken: breng de gewichten rustig terug naar de startpositie. Laat je armen gecontroleerd strekken en herhaal de beweging zonder met je bovenlichaam los te komen van het bankje.

Belangrijk tijdens de uitvoering

Bankje stevig instellen → borst ondersteunen → voeten stabiel houden → dumbbells richting de romp trekken → ellebogen gecontroleerd naar achteren bewegen → rustig laten zakken.

Sporter voert de chest-supported row uit met twee dumbbells op een schuin fitnessbankje. De afbeelding toont de juiste houding, elleboogbeweging, neutrale grip en de belangrijkste rugspieren.

Veelgemaakte fouten bij de chest-supported row

De ondersteuning van het fitnessbankje maakt de chest-supported row overzichtelijk, maar een goede uitvoering blijft belangrijk. Vooral te zwaar trainen en het loskomen van de borst kunnen ervoor zorgen dat je minder controle over de roeibeweging hebt.

Veelgemaakte fout Betere uitvoering
Te zwaar trainen ❌ Kies dumbbells waarmee je de volledige beweging zonder rukken kunt uitvoeren.
Borst van het bankje tillen ❌ Houd je borst ondersteund en voorkom dat je met je bovenlichaam omhoogkomt om extra kracht te zetten.
Schouders overdreven optrekken ❌ Beweeg je schouderbladen gecontroleerd en voorkom onnodige spanning in je nek.
De ellebogen extreem hoog trekken ❌ Stop bij een comfortabele bewegingsuitslag en forceer je schouders niet.
Het hoofd omhooggooien ❌ Houd je nek zoveel mogelijk in het verlengde van je rug en kijk schuin naar beneden.
Dumbbells laten vallen ❌ Laat de gewichten gecontroleerd zakken en behoud spanning tijdens de teruggaande beweging.

Welke spieren train je met de chest-supported row?

Anatomische illustratie van het bovenlichaam vanaf de achterkant met de trapezius aan beide zijden van de bovenrug rood uitgelicht.

De chest-supported row belast verschillende spieren van de rug. Welke spieren relatief meer bijdragen, hangt onder andere af van je greep, de positie van je ellebogen en de bewegingsuitslag.

  • Latissimus dorsi: helpt bij het naar achteren bewegen van de bovenarm.
  • Trapezius: ondersteunt het bewegen en stabiliseren van de schouderbladen.
  • Rhomboideus: draagt bij aan het naar elkaar toe bewegen van de schouderbladen.
  • Teres major: werkt samen met de latissimus dorsi tijdens de trekbeweging.
  • Achterste schouderkop: helpt bij het naar achteren bewegen van de bovenarm.
  • Biceps en brachialis: ondersteunen het buigen van de ellebogen.
  • Onderarmspieren: helpen om de dumbbells stevig vast te houden.

Wil je meer leren over de anatomie en functies van de rugspieren? Bekijk dan onze uitleg over rugspieren trainen.

Chest-supported row met verschillende grepen

Je kunt de chest-supported row op verschillende manieren uitvoeren door de positie van je handen en ellebogen aan te passen. Hierdoor verandert onder andere de richting waarin je de bovenarmen beweegt.

Variant Uitvoering Kenmerk
Neutrale grip Handpalmen wijzen naar elkaar en ellebogen bewegen langs de romp. Comfortabele basisvariant waarbij onder andere de brede rugspieren worden belast.
Elleboogpositie iets wijder Ellebogen bewegen verder naar buiten tijdens het roeien. Kan de nadruk op de bovenrug en achterste schouders vergroten.
Onderhandse grip Handpalmen zijn tijdens het roeien meer naar voren gericht. Alternatieve handpositie die voor sommige sporters prettig kan zijn.
Chest-supported row machine Roeibeweging met borstondersteuning aan een fitnessmachine. Vaste of geleide bewegingsbaan afhankelijk van het apparaat.

Begin bij voorkeur met een neutrale grip en een comfortabele elleboogpositie. Je hoeft de dumbbells niet zo hoog mogelijk op te trekken. Kies een bewegingsuitslag waarbij je de rugspieren kunt belasten zonder je schouders te forceren.

Chest-supported row of one-arm dumbbell row?

De chest-supported row en one-arm dumbbell row zijn beide roeioefeningen voor de rug, maar verschillen in ondersteuning en uitvoering.

Bij de chest-supported row rust je borst op een schuin fitnessbankje en train je meestal met beide dumbbells tegelijk. Bij de one-arm dumbbell row steun je met één hand en eventueel één knie op een bankje, terwijl je de andere arm afzonderlijk traint.

Kenmerk Chest-supported row One-arm dumbbell row
Ondersteuning Borst rust tegen een schuin bankje. Eén hand en eventueel één knie steunen op een bankje.
Armen Meestal beide armen tegelijk. Iedere arm afzonderlijk.
Rompstabilisatie Relatief weinig actieve stabilisatie nodig door borstondersteuning. Meer actieve stabilisatie vanuit romp en heupen.
Praktisch voordeel Gericht roeien met ondersteuning van de borst. Afzonderlijk aandacht besteden aan beide armen.

Beide oefeningen kunnen geschikt zijn voor rugtraining. Welke variant je kiest, hangt af van je beschikbare materiaal, voorkeur en de rest van je trainingsschema.

Chest-supported row of lat pulldown?

De chest-supported row is een roeibeweging waarbij je de dumbbells naar achteren trekt. De lat pulldown is juist een verticale trekbeweging waarbij je een stang vanuit een hoge positie naar je bovenlichaam beweegt.

Bij beide oefeningen werken de brede rugspieren mee. De chest-supported row belast daarnaast nadrukkelijk spieren die betrokken zijn bij het naar achteren bewegen van de schouderbladen. Door een horizontale en verticale trekbeweging te combineren kun je verschillende functies van de rugspieren trainen.

Een andere aanvullende oefening is de straight-arm pulldown. Hierbij houd je je ellebogen vrijwel in dezelfde positie en beweeg je je bovenarmen gecontroleerd vanuit een hoge positie naar beneden.

Chest-supported row toevoegen aan je trainingsschema

De chest-supported row past goed in een rugtraining, pulltraining of full body schema. Je kunt de oefening gebruiken als horizontale trekbeweging naast een verticale trekbeweging zoals de lat pulldown.

Onderstaand voorbeeld combineert meerdere rugoefeningen. Het is niet nodig om alle mogelijke varianten binnen één training uit te voeren.

Oefening Sets Herhalingen
Lat pulldown 3 8–12
Chest-supported row 3 8–12
Straight-arm pulldown 2 12–15

Met deze oefeningen combineer je een verticale trekbeweging, een horizontale roeibeweging en een aanvullende oefening voor de brede rugspieren. Kies gewichten waarmee je de herhalingen gecontroleerd kunt uitvoeren.

Het juiste aantal sets en herhalingen hangt af van je trainingsniveau, totale trainingsvolume en herstel. Bouw de belasting geleidelijk op wanneer je sterker wordt.

Tips voor beginners

De chest-supported row kan een geschikte oefening voor beginners zijn omdat het fitnessbankje je borst en bovenlichaam ondersteunt. Hierdoor hoef je minder aandacht te besteden aan het stabiliseren van je romp dan bij een volledig voorovergebogen roeibeweging zonder ondersteuning.

Begin bijvoorbeeld met 2 sets van 10 tot 12 herhalingen. Gebruik relatief lichte dumbbells en oefen met het gecontroleerd naar achteren bewegen van de ellebogen. Houd je borst tijdens de hele beweging tegen het bankje.

Wil je leren hoe je een compleet schema opbouwt? Bekijk onze uitleg over krachttraining voor beginners.

Chest-supported row thuis uitvoeren

De chest-supported row kun je thuis uitvoeren wanneer je beschikt over twee dumbbells en een verstelbaar fitnessbankje. Het bankje moet stevig genoeg zijn om je bovenlichaam te ondersteunen en voldoende ruimte bieden om de dumbbells vrij te bewegen.

Een verstelbaar fitnessbankje is daarnaast bruikbaar voor oefeningen zoals de incline dumbbell press, dumbbell fly en verschillende andere krachttrainingsoefeningen.

Ben je nog op zoek naar geschikte materialen? Bekijk dan onze verzamelpagina’s over fitnessbanken vergelijken en dumbbells vergelijken.

Meer fitness oefeningen voor de rug bekijken

De chest-supported row is een van de oefeningen waarmee je de brede rugspieren en bovenrug kunt trainen. Andere mogelijkheden zijn de lat pulldown, one-arm dumbbell row, straight-arm pulldown en pull ups.

Fitness oefeningen voor droogtrainen

Bekijk ook onze complete verzamelpagina met fitness oefeningen voor droogtrainen. Daar vind je uitleg over de uitvoering van verschillende oefeningen voor rug, borst, schouders, benen en andere spiergroepen.

Veelgestelde vragen over de chest-supported row

Welke spieren train je met de chest-supported row?

Met de chest-supported row train je onder andere de latissimus dorsi, trapezius, rhomboideus en teres major. Daarnaast werken de achterste schouders, biceps en onderarmspieren mee.

Hoe voer je de chest-supported row correct uit?

Stel een stevig fitnessbankje schuin in, plaats je borst tegen de rugleuning en laat twee dumbbells onder je schouders hangen. Trek je ellebogen gecontroleerd naar achteren terwijl je borst tegen het bankje blijft en laat de gewichten daarna rustig zakken.

Welke hoek gebruik je bij de chest-supported row?

Een bankhoek van ongeveer 30 tot 45 graden is een praktisch uitgangspunt. Kies een hoek waarbij je borst goed wordt ondersteund en de dumbbells voldoende ruimte hebben om te bewegen.

Wat is het verschil tussen de chest-supported row en one-arm dumbbell row?

Bij de chest-supported row ligt je borst tegen een schuin fitnessbankje en train je meestal beide armen tegelijk. Bij de one-arm dumbbell row gebruik je één dumbbell en train je iedere arm afzonderlijk, met ondersteuning van één hand en eventueel één knie.

Is de chest-supported row geschikt voor beginners?

Ja. De borstondersteuning maakt het gemakkelijker om de romp stabiel te houden. Begin met lichte dumbbells en zorg dat je de volledige beweging gecontroleerd kunt uitvoeren.

Veilig trainen: gebruik een stabiel fitnessbankje en dumbbells die je volledig kunt controleren. Controleer of je voldoende bewegingsruimte hebt, houd je borst tijdens de oefening ondersteund en voorkom rukbewegingen. Stop bij scherpe pijn of aanhoudende rug- of schouderklachten.

Straight-arm pulldown: uitvoering, spieren en veelgemaakte fouten

De straight-arm pulldown is een rugoefening aan de kabelmachine waarbij je een stang met grotendeels gestrekte armen naar je bovenbenen trekt. De oefening richt zich vooral op de latissimus dorsi, oftewel de brede rugspier. Omdat je tijdens de beweging je ellebogen slechts licht gebogen houdt, spelen de biceps een kleinere rol dan bij veel andere trekoefeningen. Hieronder ontdek je hoe je de straight-arm pulldown correct uitvoert, welke spieren je traint en welke fouten je beter kunt voorkomen.

Fitnessillustratie van een sporter die de straight-arm pulldown uitvoert in drie fasen: startpositie met bijna gestrekte armen, stang gecontroleerd naar beneden trekken en eindpositie bij de bovenbenen.

De oefening in het kort:
Doelspieren: latissimus dorsi en teres major
Meewerkende spieren: triceps (lange kop), achterste schouders en rompspieren
Materiaal: kabelmachine met rechte stang of touwgreep
Beweging: armen vanuit een hoge positie gecontroleerd naar de bovenbenen bewegen
Niveau: beginner tot gevorderd

Straight-arm pulldown uitvoeren in 6 stappen

Bij de straight-arm pulldown beweeg je je bovenarmen naar beneden terwijl je de hoek in je ellebogen zoveel mogelijk gelijk houdt. Het is belangrijk dat je niet met je lichaamsgewicht gaat zwaaien om de kabel naar beneden te krijgen.

  1. Stel de kabelmachine in: bevestig een rechte stang aan de hoge katrol en kies een licht tot matig trainingsgewicht.
  2. Neem de startpositie aan: pak de stang met beide handen vast, stap iets naar achteren en plaats je voeten ongeveer op heupbreedte. Houd je knieën licht gebogen.
  3. Houd je romp stabiel: buig vanuit je heupen licht naar voren, span je buikspieren aan en houd je rug en nek in een neutrale positie. Houd je armen voor je lichaam omhoog met een lichte buiging in de ellebogen.
  4. Trek de stang naar beneden: beweeg je bovenarmen gecontroleerd naar beneden richting je heupen. Houd de hoek van je ellebogen vrijwel gelijk en trek de stang richting je bovenbenen.
  5. Beëindig de trekbeweging: stop wanneer je handen ongeveer ter hoogte van je bovenbenen zijn. Probeer je schouders niet overdreven naar achteren te trekken of je onderrug hol te maken.
  6. Keer gecontroleerd terug: laat de kabel je armen rustig omhoog begeleiden tot je een comfortabele rek op je brede rugspieren voelt. Herhaal de beweging zonder te zwaaien.

Belangrijk tijdens de uitvoering

Hoge katrol instellen → stabiel staan → armen licht gebogen houden → stang richting de bovenbenen trekken → romp stilhouden → gecontroleerd terugkeren.

Sporter voert de straight-arm pulldown uit aan een kabelmachine. De afbeelding toont de juiste rughouding, licht gebogen ellebogen en de trekbeweging richting de bovenbenen.

Veelgemaakte fouten bij de straight-arm pulldown

De straight-arm pulldown lijkt eenvoudig, maar bij een verkeerde uitvoering kan de belasting verschuiven naar andere spieren. Vooral het buigen van de ellebogen en het bewegen van de romp zijn veelvoorkomende aandachtspunten.

Veelgemaakte fout Betere uitvoering
Te zwaar trainen ❌ Gebruik een gewicht waarmee je de stang zonder zwaaien gecontroleerd naar beneden kunt trekken.
Ellebooghoek sterk veranderen ❌ Houd je ellebogen licht gebogen en laat de beweging vooral vanuit je schouders komen.
De romp heen en weer bewegen ❌ Span je buikspieren aan en behoud ongeveer dezelfde voorovergebogen houding.
Schouders overdreven optrekken ❌ Laat je schouderbladen natuurlijk bewegen zonder onnodige spanning in je nek.
De stang te ver naar achteren trekken ❌ Beëindig de beweging bij je bovenbenen, zonder je schouders of onderrug te forceren.
De kabel ongecontroleerd omhoog laten gaan ❌ Begeleid de teruggaande beweging rustig en behoud spanning op de kabel.

Welke spieren train je met de straight-arm pulldown?

Anatomische afbeelding van de latissimus dorsi, de belangrijkste rugspier bij de straight-arm pulldown

De belangrijkste doelspier van de straight-arm pulldown is de latissimus dorsi. Deze grote rugspier helpt om je bovenarm vanuit een geheven positie naar beneden en richting je lichaam te bewegen.

Ook de teres major draagt bij aan deze beweging. De lange kop van de triceps kan meehelpen bij het bewegen van de bovenarm, terwijl je buikspieren en andere rompspieren je houding stabiliseren.

  • Latissimus dorsi: belangrijkste doelspier bij het naar beneden bewegen van de bovenarm.
  • Teres major: ondersteunt de schouderbeweging en werkt samen met de brede rugspier.
  • Lange kop van de triceps: kan bijdragen aan het naar achteren en beneden bewegen van de bovenarm.
  • Achterste schouderkop: kan de schouderbeweging ondersteunen.
  • Buikspieren en overige rompspieren: helpen het bovenlichaam stabiel te houden.

Wil je de ligging en functies van deze spieren beter begrijpen? Lees dan onze uitleg over rugspieren trainen.

Straight-arm pulldown met rechte stang of touw?

De straight-arm pulldown wordt meestal uitgevoerd met een rechte stang of een touwgreep. Beide varianten trainen grotendeels dezelfde spieren, maar de positie van je handen en de bewegingsvrijheid verschillen.

Variant Kenmerken Geschikt voor
Rechte stang Vaste handpositie en een gelijkmatige beweging met beide armen. Sporters die een eenvoudige, goed controleerbare uitvoering zoeken.
Touwgreep Meer vrijheid om de handen tijdens de trekbeweging te bewegen. Sporters die een vrijere pols- en handpositie prettig vinden.
Gebogen kabelstang Andere handpositie dan bij een volledig rechte stang. Sporters die een alternatieve greep willen proberen.
Eenarmige kabelvariant Iedere arm afzonderlijk trainen met een enkele handgreep. Wanneer je extra aandacht wilt besteden aan de controle per arm.

Welke greep het prettigst is, verschilt per persoon. Kies vooral een variant waarbij je je schouders comfortabel kunt bewegen en de oefening technisch goed kunt uitvoeren.

Straight-arm pulldown of lat pulldown?

Hoewel de namen op elkaar lijken, verschillen de straight-arm pulldown en de gewone lat pulldown duidelijk in uitvoering.

Bij de lat pulldown trek je een stang naar je bovenlichaam door zowel je schouders als je ellebogen te bewegen. Hierdoor werken onder andere de biceps nadrukkelijk mee. Bij de straight-arm pulldown houd je de ellebooghoek juist grotendeels gelijk en beweeg je vooral vanuit de schouders.

Kenmerk Straight-arm pulldown Lat pulldown
Beweging Schouderbeweging met vrijwel gelijkblijvende ellebooghoek Schouder- en elleboogbeweging
Belangrijkste doelspier Latissimus dorsi Latissimus dorsi
Rol van de biceps Relatief beperkt Duidelijk groter
Toepassing Aanvullende, gerichte rugoefening Veelgebruikte verticale basistrekoefening

Je hoeft niet te kiezen tussen beide oefeningen. De lat pulldown kan dienen als belangrijke basisoefening, terwijl de straight-arm pulldown een nuttige aanvulling kan zijn om de brede rugspier met een andere beweging te belasten.

Straight-arm pulldown combineren met dumbbell rows

De straight-arm pulldown kan ook gecombineerd worden met een horizontale roeibeweging, zoals de one-arm dumbbell row.

Bij de one-arm dumbbell row trek je een dumbbell naar je romp waarbij je zowel je schouders als je ellebogen gebruikt. De straight-arm pulldown is juist een aanvullende beweging waarbij de ellebooghoek grotendeels gelijk blijft.

Door verschillende trekbewegingen te combineren kun je de rug vanuit meerdere bewegingsrichtingen belasten. Het is niet nodig om elke beschikbare rugoefening binnen één training op te nemen.

Straight-arm pulldown in je trainingsschema

De straight-arm pulldown past goed aan het einde van een rugtraining of pulltraining. Je kunt de oefening gebruiken na zwaardere trekoefeningen waarbij meerdere spiergroepen samenwerken.

Een praktisch voorbeeld van een rugtraining is:

Oefening Sets Herhalingen
Lat pulldown 3 8–12
One-arm dumbbell row 3 8–12 per arm
Straight-arm pulldown 2–3 12–15

Met deze combinatie gebruik je zowel verticale als horizontale trekbewegingen. De straight-arm pulldown vormt een aanvullende oefening waarbij je kunt werken aan controle en een gerichte belasting van de brede rugspieren.

De genoemde sets en herhalingen zijn voorbeelden. Hoeveel trainingsvolume geschikt is, hangt af van je ervaring, herstel, trainingsfrequentie en de rest van je schema.

Tips voor beginners

Begin bij de straight-arm pulldown met een licht gewicht. Hierdoor kun je oefenen met het naar beneden bewegen van je bovenarmen zonder je ellebogen steeds verder te buigen of met je bovenlichaam te zwaaien.

Voor beginners zijn 2 sets van 12 tot 15 rustige herhalingen een mogelijk startpunt. Verhoog het trainingsgewicht pas wanneer je de stang gecontroleerd naar beneden kunt trekken en weer kunt laten terugkeren.

Wil je meer weten over het kiezen van oefeningen, sets en herhalingen? Bekijk dan onze complete uitleg over krachttraining voor beginners.

Kun je de straight-arm pulldown thuis uitvoeren?

De straight-arm pulldown wordt meestal uitgevoerd aan een kabelmachine met een hoge katrol. Wanneer je thuis over een geschikte kabelmachine beschikt, kun je dezelfde beweging uitvoeren als in de sportschool.

Een alternatief voor thuis is een vergelijkbare trekbeweging met een weerstandsband die je stevig boven je hoofd bevestigt. De weerstand en het gevoel van de beweging verschillen dan wel van een kabelmachine. Controleer altijd of het bevestigingspunt geschikt en veilig is.

Meer fitness oefeningen voor rug bekijken

De straight-arm pulldown is één van de oefeningen waarmee je je rugspieren kunt trainen. Voor een gevarieerde rugtraining kun je deze beweging combineren met de lat pulldown, pull ups en one-arm dumbbell row.

Bekijk onze complete verzamelpagina met fitness oefeningen voor droogtrainen. Hier vind je uitleg over oefeningen voor rug, borst, schouders, armen, benen, billen en buikspieren.

Veelgestelde vragen over de straight-arm pulldown

Welke spieren train je met de straight-arm pulldown?

De straight-arm pulldown richt zich vooral op de latissimus dorsi en teres major. Daarnaast kunnen onder andere de lange kop van de triceps, achterste schouders en rompspieren meewerken.

Hoe voer je de straight-arm pulldown correct uit?

Stel de kabelmachine hoog in, pak de stang vast en stap iets naar achteren. Houd je armen licht gebogen en je romp stabiel. Trek de stang gecontroleerd richting je bovenbenen en laat deze rustig terugkeren.

Moet je je armen helemaal gestrekt houden?

Nee. Je kunt je ellebogen licht gebogen houden. Probeer deze hoek tijdens de beweging ongeveer gelijk te houden, zodat je vooral vanuit je schouders beweegt.

Wat is het verschil tussen een straight-arm pulldown en een lat pulldown?

Bij de straight-arm pulldown houd je je ellebooghoek grotendeels gelijk. Bij een lat pulldown buig je de ellebogen tijdens het trekken. Hierdoor werken de biceps bij de gewone lat pulldown sterker mee.

Hoeveel sets en herhalingen doe je bij de straight-arm pulldown?

Als aanvullende rugoefening kun je bijvoorbeeld 2 tot 3 sets van 12 tot 15 herhalingen uitvoeren. Kies een gewicht waarmee je de beweging gecontroleerd kunt uitvoeren. Het passende trainingsvolume hangt af van je schema en ervaring.

Veilig trainen: gebruik een passend gewicht en voer de beweging zonder rukken uit. Behoud een stabiele rughouding, forceer de schouderbeweging niet en laat de kabel niet plotseling omhoogschieten. Stop bij scherpe pijn of aanhoudende schouder- of rugklachten.

One-arm dumbbell row: uitvoering, spieren en veelgemaakte fouten

De one-arm dumbbell row is een rugoefening waarbij je met één arm een dumbbell omhoogtrekt terwijl je met je andere hand steun zoekt op een fitnessbank. De oefening richt zich vooral op de latissimus dorsi, oftewel de brede rugspier. Daarnaast werken spieren in de bovenrug, biceps en onderarmen mee. Omdat je iedere arm afzonderlijk traint, kun je extra aandacht besteden aan de uitvoering en eventuele krachtverschillen tussen links en rechts.

Fitnessillustratie van een sporter die de one-arm dumbbell row uitvoert in drie fasen: startpositie met één hand en knie op een fitnessbank, dumbbell omhoogtrekken richting de heup en gecontroleerd terugkeren.

De oefening in het kort:
Doelspieren: latissimus dorsi en teres major
Meewerkende spieren: trapezius, rhomboideus, achterste schouderkop, biceps en onderarmen
Materiaal: dumbbell en stevig fitnessbankje
Uitvoering: eenarmige horizontale trekbeweging met ondersteund bovenlichaam

One-arm dumbbell row uitvoeren in 6 stappen

Bij de one-arm dumbbell row is het belangrijk dat je de dumbbell gecontroleerd omhoogtrekt zonder je bovenlichaam overdreven te draaien. Een stevig fitnessbankje helpt om je houding te ondersteunen. Begin met een gewicht waarmee je de volledige beweging beheerst.

  1. Neem de startpositie aan: plaats je linkerknie en linkerhand op een stevig fitnessbankje. Zet je rechtervoet stabiel op de grond naast de bank.
  2. Pak de dumbbell vast: houd de dumbbell in je rechterhand met je arm ontspannen naar beneden. Gebruik een neutrale grip waarbij je handpalm naar je lichaam wijst.
  3. Houd je rug stabiel: breng je romp in een comfortabele, grotendeels horizontale positie. Span je buikspieren licht aan en houd je nek in het verlengde van je rug.
  4. Trek de dumbbell omhoog: beweeg je rechterelleboog gecontroleerd naar achteren richting je heup. Laat je bovenarm langs je lichaam bewegen en voorkom dat je de dumbbell met een ruk omhoogtrekt.
  5. Laat de dumbbell zakken: strek je arm gecontroleerd terwijl je de dumbbell terugbrengt naar de startpositie. Laat je schouderblad op natuurlijke wijze meebewegen.
  6. Wissel van arm: voer het gewenste aantal herhalingen uit en wissel daarna van zijde. Gebruik bij voorkeur hetzelfde aantal herhalingen en een vergelijkbare uitvoering voor beide armen.

Onthoud tijdens de uitvoering

Stevig steunen op het fitnessbankje → rug stabiel houden → dumbbell onder de schouder → elleboog richting de heup trekken → gecontroleerd laten zakken → wisselen van arm.

Fitnessillustratie van een sporter die de one-arm dumbbell row uitvoert met één hand en knie op een fitnessbank. Zes aanwijzingen tonen de juiste rughouding, steunpunten, elleboogbeweging en gecontroleerde uitvoering.

Veelgemaakte fouten tijdens de one-arm dumbbell row

Bij een eenarmige roeibeweging kunnen technische fouten ontstaan wanneer je te veel gewicht gebruikt of onvoldoende aandacht besteedt aan je houding. Vooral het draaien met je bovenlichaam en het gebruiken van momentum zijn aandachtspunten.

Veelgemaakte fout Betere uitvoering
Te zwaar beginnen ❌ Kies een dumbbell waarmee je de volledige beweging zonder rukken of zwaaien kunt uitvoeren.
De romp overdreven draaien ❌ Houd je heupen en bovenlichaam grotendeels stabiel. Een natuurlijke beweging van het schouderblad is toegestaan.
De dumbbell met momentum omhoogtrekken ❌ Beweeg je elleboog gecontroleerd naar achteren en vermijd plotselinge rukbewegingen.
De schouder overdreven optrekken ❌ Laat de schouder op natuurlijke wijze bewegen en voorkom dat je voortdurend richting je oor trekt.
De elleboog extreem hoog trekken ❌ Stop wanneer je een comfortabele bewegingsuitslag hebt bereikt. De elleboog hoeft niet zo hoog mogelijk te komen.
De dumbbell ongecontroleerd laten zakken ❌ Laat het gewicht rustig terugkomen en behoud controle over de beweging.

Welke spieren train je?

Anatomische afbeelding van de latissimus dorsi, een belangrijke rugspier tijdens de one-arm dumbbell row

De one-arm dumbbell row traint meerdere spieren in de rug. De latissimus dorsi levert een belangrijke bijdrage wanneer je de bovenarm naar achteren en richting je romp beweegt. Ook de teres major ondersteunt deze trekbeweging.

De trapezius en rhomboideus helpen bij het bewegen en stabiliseren van het schouderblad. Daarnaast ondersteunen de biceps het buigen van de elleboog en zorgen je onderarmspieren voor voldoende grip op de dumbbell.

  • Latissimus dorsi: belangrijke doelspier bij het naar achteren trekken van de bovenarm.
  • Teres major: ondersteunt het bewegen van de bovenarm richting de romp.
  • Trapezius: helpt bij de beweging en controle van het schouderblad.
  • Rhomboideus: ondersteunt het naar achteren bewegen en stabiliseren van het schouderblad.
  • Achterste schouderkop: werkt mee bij het naar achteren bewegen van de bovenarm.
  • Biceps en brachialis: helpen bij het buigen van de elleboog.
  • Onderarmspieren: ondersteunen de grip op de dumbbell.

Wil je meer weten over de ligging en functie van deze spiergroepen? Bekijk dan onze uitleg over rugspieren trainen.

One-arm dumbbell row met of zonder fitnessbank?

De one-arm dumbbell row kun je op verschillende manieren uitvoeren. De bekendste variant is met één hand en één knie op een fitnessbankje. Hierdoor kun je je bovenlichaam ondersteunen terwijl je met de andere arm roeit.

Je kunt de oefening ook uitvoeren met beide voeten op de grond en één hand als steunpunt op een stevig fitnessbankje of dumbbellrek. Deze uitvoering vraagt iets meer zelfstandige stabilisatie van je romp en benen.

Variant Kenmerk Wanneer gebruiken?
One-arm dumbbell row met knie op bank Ondersteuning met één hand en één knie. Praktische keuze voor een stabiele en gecontroleerde uitvoering.
One-arm dumbbell row met voeten op de grond Beide voeten staan op de grond, met één hand als steunpunt. Wanneer je liever een staande houding gebruikt met ondersteuning.
One-arm dumbbell row zonder ondersteuning Voorovergebogen uitvoering zonder steun van een bankje. Voor sporters die ook de rompstabiliteit extra willen uitdagen.
Chest-supported dumbbell row De borst rust op een schuin fitnessbankje, meestal met twee dumbbells. Wanneer je de romp verder wilt ondersteunen en beide armen tegelijk wilt trainen.

Voor beginners is de ondersteunde uitvoering met een fitnessbankje vaak een goed uitgangspunt. Je kunt je aandacht daardoor meer richten op de beweging van je arm en het controleren van de dumbbell.

One-arm dumbbell row of lat pulldown?

De one-arm dumbbell row en lat pulldown zijn allebei rugoefeningen, maar verschillen in bewegingsrichting. Bij de one-arm dumbbell row trek je een gewicht naar achteren richting je romp. Bij de lat pulldown trek je een stang vanaf een hoog kabelstation naar beneden.

Beide oefeningen belasten de brede rugspieren. De dumbbell row is een horizontale trekbeweging waarbij je iedere arm afzonderlijk traint. De lat pulldown is een verticale trekbeweging waarbij je beide armen doorgaans tegelijkertijd gebruikt.

Deze oefeningen kunnen elkaar daarom goed aanvullen binnen een rugtraining. Bekijk ook de volledige uitleg over de lat pulldown voor de juiste uitvoering en verschillende grepen.

Toevoegen aan je trainingsschema

De one-arm dumbbell row past goed binnen een rugtraining, pulltraining of full body schema. Omdat je iedere arm afzonderlijk traint, kun je de oefening gebruiken om aan je trekkracht en bewegingscontrole te werken.

Een eenvoudige rugtraining kan bestaan uit een verticale trekbeweging, een horizontale roeioefening en een oefening voor de rugstrekkers. Je hoeft niet alle mogelijke rugoefeningen in één training uit te voeren.

Oefening Sets Herhalingen
Lat pulldown 3 8–12
One-arm dumbbell row 3 8–12 per arm
Back extension 2–3 10–15

Met deze combinatie train je verschillende delen van de rug. De lat pulldown legt de nadruk op verticale trekkracht, terwijl de one-arm dumbbell row een horizontale trekbeweging toevoegt. Bij de back extension worden onder andere de rugstrekkers belast.

Kies een gewicht waarmee je alle herhalingen gecontroleerd kunt uitvoeren. Begin bij een merkbaar krachtverschil eventueel met je zwakkere arm en gebruik voor beide armen hetzelfde aantal herhalingen. Verhoog de belasting geleidelijk wanneer je sterker wordt.

Tips voor beginners

Begin met een lichte dumbbell en gebruik een stevig fitnessbankje om je bovenlichaam te ondersteunen. Let vooral op je rughouding en probeer de dumbbell zonder zwaaien omhoog te trekken. Een gecontroleerde uitvoering is belangrijker dan zoveel mogelijk gewicht gebruiken.

Voor beginners kunnen 2 tot 3 sets van 10 tot 12 herhalingen per arm een praktisch uitgangspunt zijn. Bouw het gewicht pas op wanneer je voldoende controle hebt over de beweging. Wil je meer leren over trainingsgewichten en spieropbouw? Lees dan onze uitleg over krachttraining voor beginners.

One-arm dumbbell row thuis uitvoeren

De one-arm dumbbell row is geschikt voor thuis trainen omdat je weinig materiaal nodig hebt. Met één dumbbell en een stevig fitnessbankje kun je de oefening uitvoeren. Zorg ervoor dat de bank stabiel staat en voldoende ondersteuning biedt.

Wil je thuis verschillende rugoefeningen combineren? Een verstelbare dumbbellset kan handig zijn om het trainingsgewicht geleidelijk te verhogen. Bekijk onze pagina’s over dumbbells vergelijken en fitnessbanken vergelijken.

Meer fitness oefeningen bekijken

Met de one-arm dumbbell row train je vooral je rugspieren en ondersteunende armspieren. Voor een compleet trainingsschema kun je deze oefening combineren met andere rugoefeningen en oefeningen voor borst, schouders, benen en buikspieren.

Bekijk het complete overzicht met fitness oefeningen voor droogtrainen. Daar vind je verschillende oefeningen met uitleg over de uitvoering, betrokken spiergroepen en veelgemaakte fouten.

Fitness oefeningen voor droogtrainen met uitleg over krachttraining en verschillende spiergroepen

Veelgestelde vragen

Welke spieren train je met de one-arm dumbbell row?

De one-arm dumbbell row traint vooral de latissimus dorsi en teres major. Daarnaast werken de trapezius, rhomboideus, achterste schouderkop, biceps en onderarmspieren mee.

Hoe voer je de one-arm dumbbell row correct uit?

Plaats één knie en hand op een stevig fitnessbankje, houd de dumbbell in je andere hand en trek je elleboog gecontroleerd naar achteren richting je heup. Houd je romp stabiel en laat de dumbbell rustig terugzakken.

Kun je de one-arm dumbbell row zonder fitnessbank uitvoeren?

Ja. Je kunt de oefening ook uitvoeren met beide voeten op de grond en één hand als steunpunt op een stevig oppervlak. Zonder ondersteuning is meer rompstabiliteit nodig.

Hoeveel herhalingen moet je doen bij de one-arm dumbbell row?

Voor spieropbouw kun je bijvoorbeeld 3 sets van 8 tot 12 herhalingen per arm doen. Beginners kunnen starten met 2 tot 3 sets van 10 tot 12 herhalingen. Kies een gewicht waarmee je de techniek goed kunt uitvoeren.

Wat is het verschil tussen de one-arm dumbbell row en lat pulldown?

De one-arm dumbbell row is een eenarmige horizontale trekbeweging met een dumbbell. De lat pulldown is een verticale trekbeweging aan een kabelmachine. Beide oefeningen trainen de brede rugspieren en kunnen elkaar aanvullen.

Veilig trainen: gebruik een stevig fitnessbankje en kies een dumbbell die je volledig kunt controleren. Houd je romp stabiel en voorkom dat je met zware gewichten overdreven draait of rukt. Bouw de belasting geleidelijk op en stop bij scherpe pijn of aanhoudende rug- of schouderklachten.

Face pull: uitvoering, spieren en veelgemaakte fouten

De face pull is een kabeloefening waarbij je een touw gecontroleerd richting je gezicht trekt. De oefening richt zich vooral op de achterste schouders en spieren in de bovenrug. Door tijdens de trekbeweging je ellebogen naar buiten te bewegen en je schouders gecontroleerd te laten draaien, train je meerdere spieren rondom het schoudergewricht. Een goede uitvoering is belangrijker dan het gebruiken van zware gewichten.

Face pull uitvoering in drie fasen: sporter trekt een touw aan de kabelmachine gecontroleerd richting zijn gezicht, met de ellebogen naar buiten.

De oefening in het kort:
Doelspieren: achterste schouderkop en bovenrug
Meewerkende spieren: middelste trapezius, rhomboideus en uitwendige schouderrotatoren
Materiaal: kabelmachine met touwgreep
Uitvoering: staand, touw naar het gezicht trekken met ellebogen naar buiten

Face pull uitvoeren in 7 stappen

Voor deze oefening gebruik je een kabelmachine met een touwgreep. Stel de kabel ongeveer op gezichtshoogte of iets hoger in en kies een gewicht waarmee je de beweging gecontroleerd kunt uitvoeren.

  1. Bevestig een touwgreep aan de kabelmachine en stel de katrol ongeveer op gezichtshoogte in.
  2. Pak de uiteinden van het touw vast met je handpalmen naar elkaar gericht.
  3. Stap achteruit totdat de kabel op spanning staat en zet je voeten stevig neer, eventueel in een lichte spreidstand.
  4. Houd je romp stabiel, je borst ontspannen omhoog en je armen vóór je lichaam gestrekt zonder de ellebogen te vergrendelen.
  5. Trek het touw gecontroleerd richting je gezicht terwijl je je ellebogen naar buiten en naar achteren beweegt.
  6. Beweeg je handen aan weerszijden van je gezicht en laat je bovenarmen en onderarmen comfortabel meedraaien. Trek niet aan je nek en houd je hoofd stil.
  7. Breng je armen langzaam terug naar de beginpositie en herhaal de beweging zonder het gewicht te laten terugschieten.

Onthoud tijdens de uitvoering

Kabel op gezichtshoogte → stevig staan → romp stabiel houden → ellebogen naar buiten bewegen → touw richting gezicht trekken → handen naast het gezicht → gecontroleerd terugkeren.

Face pull uitvoering in drie fasen: sporter trekt een touw aan de kabelmachine richting zijn gezicht met de ellebogen naar buiten en laat het gecontroleerd teruggaan.

Veelgemaakte fouten tijdens de face pull

Bij deze kabeloefening kan een te zwaar gewicht ervoor zorgen dat je met je bovenlichaam gaat zwaaien of de schouders minder gecontroleerd beweegt. Ook de hoogte van de kabel en de richting waarin je trekt, hebben invloed op de uitvoering.

Veelgemaakte fout Betere uitvoering
Te zwaar gewicht gebruiken ❌ Kies een belasting waarbij je het touw zonder zwaaien naar je gezicht kunt trekken.
Met het bovenlichaam achteroverleunen ❌ Houd je romp zo stabiel mogelijk en voorkom dat je lichaamsgewicht de beweging overneemt.
Het touw richting de buik trekken ❌ Trek richting je gezicht, met de ellebogen naar buiten, om de bedoelde schouderbeweging te behouden.
De schouders overdreven optrekken ❌ Voorkom onnodig schouderophalen en beweeg binnen een comfortabele schouderpositie.
De handen te dicht bij elkaar houden ❌ Laat de uiteinden van het touw tijdens het trekken uit elkaar bewegen.
Het gewicht ongecontroleerd laten zakken ❌ Breng de armen rustig terug en houd de kabel onder controle.

Welke spieren train je met de face pull?

De belangrijkste spiergroepen bij deze beweging zijn de achterste schouderkop en verschillende spieren in de bovenrug. De precieze belasting hangt onder andere af van de kabelhoogte, de positie van je bovenarmen en de mate waarin je de schouders naar buiten draait.

De oefening combineert een trekbeweging met schouderbladcontrole en, afhankelijk van je uitvoering, uitwendige rotatie van de schouders.

  • Achterste schouderkop: helpt de bovenarmen naar achteren te bewegen.
  • Middelste trapezius: ondersteunt het naar elkaar toe bewegen en stabiliseren van de schouderbladen.
  • Rhomboideus: werkt mee bij de controle van de schouderbladen.
  • Infraspinatus en teres minor: ondersteunen de uitwendige rotatie en stabilisatie van het schoudergewricht.
  • Biceps en onderarmen: helpen bij de trekbeweging en het vasthouden van het touw.

Face pull met kabel of weerstandsband?

De oefening wordt meestal uitgevoerd met een kabelmachine en touwgreep. Je kunt echter ook een weerstandsband gebruiken wanneer je thuis traint.

Cable face pull

Bij de kabelvariant kun je de weerstand nauwkeurig instellen en de hoogte van de katrol aanpassen. Een touwgreep maakt het mogelijk om de handen tijdens het trekken uit elkaar te bewegen. Dit is een praktische keuze wanneer je in de sportschool traint.

Face pull met weerstandsband

Met een stevige weerstandsband kun je een vergelijkbare beweging uitvoeren. Bevestig de band aan een geschikt, stabiel ankerpunt rond gezichtshoogte en controleer of deze stevig vastzit. De weerstand neemt doorgaans toe naarmate de band verder wordt uitgerekt.

Beide varianten kunnen geschikt zijn voor het trainen van de achterste schouders en bovenrug. Bij een weerstandsband is het extra belangrijk om de bevestiging en de staat van het materiaal te controleren.

Face pull of reverse fly?

De face pull en reverse fly richten zich allebei op de achterste schouders, maar de beweging is niet hetzelfde.

Bij de reverse fly beweeg je de bovenarmen vanuit een voorovergebogen houding zijwaarts naar buiten, meestal met dumbbells. De achterste schouderkop levert daarbij een belangrijke bijdrage.

Bij het trekken van een touw richting het gezicht bewegen je ellebogen naar achteren en naar buiten. Je kunt daarbij ook de uitwendige schouderrotatoren gericht laten meewerken. De bovenrug ondersteunt de trekbeweging en de beweging van de schouderbladen.

Beide oefeningen kunnen in hetzelfde trainingsschema voorkomen, maar je hoeft ze niet allebei in iedere training uit te voeren. Kijk vooral naar de totale belasting van je achterste schouders en bovenrug.

Toevoegen aan je trainingsschema

Je kunt deze oefening toevoegen aan een rugtraining, schoudertraining of pulltraining. Vaak wordt hij na de zwaardere samengestelde oefeningen uitgevoerd, zodat je de trekbeweging nog rustig en nauwkeurig kunt uitvoeren.

Een voorbeeld van een eenvoudige schoudertraining bestaat uit de dumbbell shoulder press, lateral raise en face pull. Hiermee combineer je een verticale drukbeweging met gerichte oefeningen voor de middelste en achterste schouders.

Oefening Sets Herhalingen
Dumbbell shoulder press 3 8–12
Lateral raise 3 10–15
Face pull 2–3 12–15

Dit is een voorbeeld, geen verplicht schema. Het aantal sets hangt af van je trainingsniveau, andere oefeningen en herstel. Je kunt de kabeloefening ook na een rugtraining uitvoeren.

Wil je andere schouderoefeningen vergelijken? Bekijk dan de shoulder press, dumbbell shoulder press en lateral raise.

Tips voor beginners

Begin met een laag gewicht zodat je kunt wennen aan de richting van de trekbeweging. Houd je voeten stevig op de grond en probeer tijdens iedere herhaling dezelfde houding te behouden.

Let erop dat je het touw richting je gezicht trekt en niet richting je borst of buik. Beweeg de handen aan weerszijden van je gezicht en laat de schouders comfortabel meedraaien. Forceer je armen niet in een positie die pijn veroorzaakt.

Wanneer je merkt dat je achterover moet leunen om het gewicht te verplaatsen, verlaag dan de belasting. Wil je meer weten over het opbouwen van krachttraining? Lees onze gids over krachttraining voor beginners.

Meer fitness oefeningen bekijken

Met deze beweging train je vooral de achterste schouders en spieren in de bovenrug. Voor een compleet krachttrainingsschema combineer je zulke oefeningen met training voor borst, armen, benen en buikspieren.

Bekijk ons volledige overzicht met fitness oefeningen voor droogtrainen. Hier vind je onder andere schouderoefeningen, borstoefeningen en aanvullende oefeningen met uitleg over techniek en veelgemaakte fouten.

Fitness oefeningen voor droogtrainen

Veelgestelde vragen over de face pull

Welke spieren train je met de face pull?

Deze oefening richt zich vooral op de achterste schouders en spieren in de bovenrug. Ook de uitwendige schouderrotatoren kunnen een belangrijke bijdrage leveren, afhankelijk van de uitvoering.

Op welke hoogte stel je de kabel in?

Een praktisch uitgangspunt is gezichtshoogte of iets hoger. De beste instelling hangt af van je lengte, de kabelmachine en de richting waarin je comfortabel kunt trekken.

Hoeveel herhalingen doe je bij de face pull?

Je kunt beginnen met 2 tot 3 sets van 12 tot 15 herhalingen. Kies een gewicht waarmee je de volledige beweging gecontroleerd kunt uitvoeren zonder met je romp te zwaaien.

Wat is het verschil tussen de face pull en reverse fly?

Beide oefeningen trainen de achterste schouders. Bij de reverse fly beweeg je de armen voornamelijk zijwaarts vanuit een voorovergebogen houding. Bij de kabeloefening trek je een touw richting het gezicht en kunnen de schouders tegelijkertijd naar buiten draaien.

Kun je face pulls thuis uitvoeren?

Ja. Met een geschikte weerstandsband en een stevig ankerpunt kun je thuis een vergelijkbare beweging uitvoeren. Controleer vooraf of de band en de bevestiging veilig zijn.

Veilig trainen: gebruik een gewicht waarmee je de trekbeweging gecontroleerd kunt uitvoeren en houd voldoende afstand tot de kabelmachine. Controleer of de touwgreep goed vastzit. Forceer je schouders niet in een pijnlijke positie en stop bij scherpe pijn of aanhoudende klachten.

Reverse fly: uitvoering, spieren en veelgemaakte fouten

De reverse fly is een schouderoefening waarbij je twee dumbbells vanuit een voorovergebogen houding gecontroleerd zijwaarts omhoog brengt. De oefening richt zich vooral op de achterste schouderkop en spreekt daarnaast spieren in de bovenrug aan. Deze beweging is een goede aanvulling op oefeningen zoals de shoulder press en lateral raise, omdat je hiermee meer aandacht geeft aan de achterkant van je schouders.

Reverse fly uitvoering in drie fasen: sporter brengt vanuit een voorovergebogen houding twee dumbbells gecontroleerd zijwaarts omhoog om de achterste schouders te trainen.

De oefening in het kort:
Doelspieren: achterste schouderkop
Meewerkende spieren: rhomboideus, middelste trapezius en andere schouderbladstabilisatoren
Materiaal: twee dumbbells
Uitvoering: staand en voorovergebogen, armen gecontroleerd zijwaarts omhoog brengen

Reverse fly uitvoeren in 7 stappen

Bij de reverse fly beweeg je de dumbbells vanuit een voorovergebogen positie naar buiten. Houd je bovenlichaam stabiel en voorkom dat je vanuit je onderrug gaat bewegen. Begin met lichte dumbbells om de techniek goed aan te leren.

  1. Ga rechtop staan met je voeten ongeveer op heupbreedte en houd in iedere hand een dumbbell.
  2. Buig je knieën licht en kantel vanuit je heupen naar voren, terwijl je je rug in een neutrale positie houdt.
  3. Laat je armen onder je schouders hangen met de handpalmen naar elkaar gericht en je ellebogen licht gebogen.
  4. Span je buikspieren aan en houd je hoofd in het verlengde van je wervelkolom.
  5. Breng beide dumbbells rustig zijwaarts omhoog door je bovenarmen naar buiten te bewegen.
  6. Stop wanneer je bovenarmen ongeveer in lijn zijn met je bovenlichaam, zonder je schouders te forceren.
  7. Laat de dumbbells gecontroleerd terugzakken naar de beginpositie en herhaal de beweging.

Onthoud tijdens de uitvoering

Knieën licht gebogen → vanuit de heupen vooroverkantelen → rug neutraal houden → ellebogen licht gebogen → armen zijwaarts openen → rustig terug naar de startpositie.

Reverse fly uitvoering in twee fasen: sporter brengt vanuit een voorovergebogen houding twee dumbbells gecontroleerd zijwaarts omhoog om de achterste schouderspieren te trainen.

Veelgemaakte fouten tijdens de reverse fly

Bij deze oefening gebruiken sporters soms te zware gewichten, waardoor de armen met momentum omhoog worden gebracht. Ook een sterk wisselende rughouding kan de uitvoering minder gecontroleerd maken. Hieronder zie je veelgemaakte fouten en hoe je ze kunt voorkomen.

Veelgemaakte fout Betere uitvoering
Te zware dumbbells gebruiken ❌ Kies gewichten waarmee je je armen zonder zwaaien zijwaarts kunt bewegen.
De rug sterk bol maken ❌ Kantel vanuit de heupen en houd je rug zoveel mogelijk neutraal.
Met het bovenlichaam zwaaien ❌ Houd je romp stabiel en beweeg voornamelijk vanuit je schouders.
De schouders overdreven optrekken ❌ Vermijd onnodig schouderophalen en houd je nek ontspannen.
De ellebogen tijdens de beweging sterk buigen ❌ Houd ongeveer dezelfde lichte elleboogbuiging tijdens iedere herhaling.
De dumbbells ongecontroleerd laten zakken ❌ Laat de gewichten rustig terugzakken zonder ze onder je lichaam te laten slingeren.

Welke spieren train je met de reverse fly?

Deze oefening richt zich voornamelijk op de achterste schouderkop, ook wel de posterior deltoid genoemd. Deze spier helpt bij het naar achteren bewegen van de bovenarm en ondersteunt verschillende trekbewegingen.

Daarnaast werken spieren rondom de schouderbladen mee. Hoeveel nadruk op de schouders of bovenrug ligt, hangt onder meer af van je armpositie en de manier waarop je de schouderbladen beweegt.

  • Achterste schouderkop: de belangrijkste doelspier tijdens het zijwaarts en naar achteren bewegen van de bovenarmen.
  • Rhomboideus: helpt bij het stabiliseren en naar elkaar toe bewegen van de schouderbladen.
  • Middelste trapezius: ondersteunt de beweging en controle van de schouderbladen.
  • Rotator cuff: helpt het schoudergewricht te stabiliseren tijdens de beweging.
  • Core en rugstrekkers: helpen bij het vasthouden van de voorovergebogen houding.

Reverse fly met dumbbells of een machine?

De reverse fly kun je op verschillende manieren uitvoeren. De belangrijkste varianten zijn de dumbbell reverse fly, seated reverse fly en reverse pec deck. Ze hebben een vergelijkbaar trainingsdoel, maar verschillen in houding, ondersteuning en weerstand.

Dumbbell reverse fly

Bij de dumbbellvariant sta je voorovergebogen en beweeg je twee dumbbells zijwaarts omhoog. Je hebt weinig materiaal nodig, waardoor deze uitvoering ook geschikt is voor thuis. Je romp en onderrug moeten wel voldoende stabiliteit leveren.

Seated reverse fly

Bij de zittende variant zit je op een fitnessbank en buig je je bovenlichaam naar voren. Vervolgens beweeg je de dumbbells zijwaarts omhoog. Deze variant kan prettig zijn wanneer je de oefening liever zittend uitvoert, al moet je nog steeds je romp stabiel houden.

Reverse pec deck

Bij de reverse pec deck zit je aan een machine met je borst tegen een steun. Je beweegt de handgrepen naar buiten en naar achteren. De machine biedt meer ondersteuning aan je bovenlichaam en laat je de weerstand eenvoudig instellen.

Alle drie de varianten kunnen geschikt zijn voor het trainen van de achterste schouders. Kies de uitvoering waarmee je de beweging comfortabel en gecontroleerd kunt uitvoeren.

Reverse fly of lateral raise?

De reverse fly en lateral raise lijken op elkaar omdat je bij beide oefeningen dumbbells zijwaarts beweegt. Toch ligt de nadruk op een andere schouderkop.

Bij de lateral raise sta je meestal rechtop en hef je de armen zijwaarts. Hiermee train je vooral de middelste schouderkop.

Bij de reverse fly kantel je het bovenlichaam naar voren en bewegen je bovenarmen ten opzichte van je romp naar achteren. Hierdoor krijgt de achterste schouderkop meer nadruk.

Ook de front raise heeft een andere functie: deze oefening richt zich vooral op de voorste schouderkop. Door de drie oefeningen te begrijpen, kun je gerichter bepalen welke schouderspieren extra aandacht nodig hebben.

Toevoegen aan je trainingsschema

De reverse fly kan worden toegevoegd aan een schoudertraining of rugtraining. Omdat de achterste schouders ook meewerken bij verschillende trekoefeningen, is het verstandig om rekening te houden met de totale belasting binnen je schema.

Een eenvoudige schoudertraining kan bijvoorbeeld bestaan uit de dumbbell shoulder press, lateral raise en reverse fly. Hiermee besteed je aandacht aan de verschillende delen van de schouders.

Oefening Sets Herhalingen
Dumbbell shoulder press 3 8–12
Lateral raise 3 10–15
Reverse fly 3 10–15

De bovenstaande indeling is een voorbeeld. Je kunt de oefening ook tijdens een pulltraining uitvoeren, bijvoorbeeld na oefeningen voor je rug. Begin met een passend aantal sets en pas de trainingsomvang aan je ervaring en herstel aan.

Wil je meer variatie in je schoudertraining? Bekijk dan ook de shoulder press en de Arnold press. Deze oefeningen belasten vooral de voorste en middelste schouders en de triceps.

Tips voor beginners

Begin bij de reverse fly met lichte dumbbells. De achterste schouderkop is een relatief kleine spiergroep en een zware belasting kan het lastig maken om de gewenste beweging gecontroleerd uit te voeren.

Oefen eerst de voorovergebogen houding zonder gewichten. Kantel vanuit je heupen, houd je knieën licht gebogen en span je buikspieren aan. Voeg daarna lichte dumbbells toe en beweeg je armen rustig zijwaarts.

Vind je het moeilijk om je bovenlichaam stabiel te houden? Dan kun je kiezen voor een reverse fly met je borst tegen een schuine fitnessbank of een reverse pec deck. Daarmee verminder je de behoefte om je romp actief in dezelfde houding te houden.

Wil je meer weten over trainingsgewichten, herhalingen en het opbouwen van een schema? Bekijk onze uitleg over krachttraining voor beginners.

Meer fitness oefeningen bekijken

De reverse fly is een aanvulling op andere schouderoefeningen en trekoefeningen voor de rug. Voor een volledig krachttrainingsschema is het belangrijk om ook borst, armen, benen en buikspieren voldoende aandacht te geven.

Bekijk het complete overzicht met fitness oefeningen voor droogtrainen. Daar vind je uitleg over de uitvoering, betrokken spieren en veelgemaakte fouten bij verschillende oefeningen.

Fitness oefeningen voor droogtrainen

Veelgestelde vragen over de reverse fly

Welke spieren train je met de reverse fly?

Deze oefening richt zich voornamelijk op de achterste schouderkop. Daarnaast ondersteunen onder andere de rhomboideus en middelste trapezius de beweging en stabilisatie van de schouderbladen.

Is de reverse fly een schouderoefening of rugoefening?

Het is vooral een oefening voor de achterste schouders. Spieren in de bovenrug werken mee bij de beweging en stabilisatie van de schouderbladen.

Hoeveel herhalingen doe je bij de reverse fly?

Een mogelijk uitgangspunt is 2 tot 3 sets van 10 tot 15 herhalingen. Gebruik een gewicht waarmee je de armen gecontroleerd kunt bewegen zonder vanuit de rug te zwaaien.

Wat is het verschil tussen reverse fly en lateral raise?

Bij de reverse fly ben je voorovergebogen en ligt de nadruk op de achterste schouderkop. Bij de lateral raise sta je meestal rechtop en train je vooral de middelste schouderkop.

Kun je de reverse fly thuis uitvoeren?

Ja. Met twee dumbbells kun je thuis een voorovergebogen reverse fly uitvoeren. Een fitnessbank kan extra ondersteuning geven wanneer je de oefening met je borst tegen een schuine rugleuning doet.

Veilig trainen: gebruik lichte dumbbells waarmee je de oefening gecontroleerd kunt uitvoeren. Houd je rug in een comfortabele, neutrale positie en voorkom dat je vanuit je onderrug gaat zwaaien. Stop bij scherpe schouder- of rugpijn en vraag bij aanhoudende klachten advies aan een gekwalificeerde professional.

Lateral raise: uitvoering, spieren en veelgemaakte fouten

De lateral raise is een schouderoefening waarbij je twee dumbbells gecontroleerd zijwaarts omhoog brengt. De oefening richt zich vooral op de middelste schouderkop en wordt vaak gebruikt om deze spiergroep extra te trainen. Je kunt de lateral raise staand of zittend uitvoeren. Een goede techniek is belangrijk, omdat te zware gewichten ervoor kunnen zorgen dat je met je bovenlichaam gaat zwaaien.

Lateral raise uitvoering in drie fasen: sporter tilt twee dumbbells gecontroleerd zijwaarts omhoog tot schouderhoogte en houdt zijn bovenlichaam stabiel.

De oefening in het kort:
Doelspieren: middelste schouderkop
Meewerkende spieren: voorste schouderkop, supraspinatus en trapezius
Materiaal: twee dumbbells
Uitvoering: staand of zittend, armen gecontroleerd zijwaarts omhoog brengen

Lateral raise uitvoeren in 7 stappen

Bij de lateral raise breng je de dumbbells zijwaarts omhoog tot ongeveer schouderhoogte. Houd je ellebogen licht gebogen en voorkom dat je de gewichten omhoog zwaait. Begin bij voorkeur met lichte dumbbells waarmee je de beweging goed kunt controleren.

  1. Ga rechtop staan met je voeten ongeveer op heupbreedte en houd in iedere hand een dumbbell.
  2. Laat je armen naast je lichaam hangen, met je handpalmen naar binnen gericht.
  3. Span je buikspieren licht aan, houd je rug neutraal en buig je ellebogen een klein beetje.
  4. Breng beide dumbbells rustig zijwaarts omhoog, eventueel iets vóór de lijn van je lichaam.
  5. Hef je armen tot ongeveer schouderhoogte, zonder je schouders overdreven op te trekken.
  6. Houd de bovenste positie kort onder controle en zorg dat je polsen comfortabel blijven.
  7. Laat de dumbbells langzaam terugzakken naar de beginpositie en herhaal de beweging.

Onthoud tijdens de uitvoering

Voeten stevig op de grond → romp stabiel houden → ellebogen licht gebogen → dumbbells zijwaarts omhoog brengen → stoppen rond schouderhoogte → rustig terug laten zakken.

Lateral raise uitvoering in twee fasen: sporter houdt dumbbells naast zijn lichaam en tilt ze gecontroleerd zijwaarts omhoog tot schouderhoogte.

Veelgemaakte fouten tijdens de lateral raise

De lateral raise is een relatief eenvoudige beweging, maar de uitvoering wordt lastiger wanneer je te zware dumbbells gebruikt. Door te zwaaien of je schouders sterk op te trekken, verandert de belasting en wordt het moeilijker om de middelste schouderkop gericht te trainen.

Veelgemaakte fout Betere uitvoering
Te zware dumbbells gebruiken ❌ Kies een gewicht waarmee je de volledige beweging zonder zwaaien kunt uitvoeren.
Met het bovenlichaam zwaaien ❌ Houd je romp stabiel en gebruik geen momentum om de gewichten omhoog te krijgen.
Schouders overdreven optrekken ❌ Voorkom onnodig schouderophalen en houd de beweging vloeiend.
Armen te hoog optillen ❌ Stop rond schouderhoogte wanneer dat voor jouw schouders comfortabel is.
Handen geforceerd naar beneden draaien ❌ Houd je polsen comfortabel en voorkom dat je de duimen bewust sterk omlaag draait.
Dumbbells snel laten vallen ❌ Laat de gewichten gecontroleerd zakken en behoud spanning tijdens de neerwaartse beweging.

Welke spieren train je met de lateral raise?

De lateral raise richt zich voornamelijk op de middelste schouderkop, ook wel de lateral deltoid genoemd. Deze spier draagt bij aan het zijwaarts heffen van de bovenarm en is belangrijk voor de breedte en vorm van de schouders.

Daarnaast helpen verschillende andere spieren bij de beweging en de stabilisatie van het schoudergewricht.

  • Middelste schouderkop: de belangrijkste doelspier tijdens het zijwaarts heffen van de armen.
  • Voorste schouderkop: ondersteunt de beweging, afhankelijk van de armpositie.
  • Supraspinatus: helpt bij het heffen van de bovenarm en stabiliseert het schoudergewricht.
  • Trapezius en serratus anterior: ondersteunen de beweging van de schouderbladen.
  • Core: helpt je bovenlichaam stabiel te houden wanneer je de oefening staand uitvoert.

Lateral raise met dumbbells of kabelmachine?

Je kunt de lateral raise op verschillende manieren uitvoeren. De twee bekendste varianten zijn de dumbbell lateral raise en de cable lateral raise.

Bij de dumbbell lateral raise gebruik je twee losse gewichten. Je kunt beide armen tegelijk trainen of de oefening met één arm uitvoeren. Deze variant is geschikt voor de sportschool en voor thuis, zolang je dumbbells beschikbaar hebt.

Bij de cable lateral raise gebruik je een kabelmachine. De kabel trekt vanuit een andere richting dan de zwaartekracht bij dumbbells. Daardoor kan de weerstand over het bewegingsbereik anders verdeeld zijn, afhankelijk van de hoogte van de kabel en je positie ten opzichte van het apparaat.

Beide varianten kunnen geschikt zijn om de middelste schouderspieren te trainen. Kies de uitvoering waarmee je een comfortabele en gecontroleerde beweging kunt maken.

Lateral raise of front raise?

De lateral raise en front raise zijn allebei isolatiegerichte schouderoefeningen, maar de belangrijkste bewegingsrichting verschilt.

Bij de front raise breng je de dumbbells vóór je lichaam omhoog. Hierdoor ligt de nadruk vooral op de voorste schouderkop.

Bij de lateral raise beweeg je de armen juist zijwaarts, waardoor de middelste schouderkop een grotere rol speelt. Deze oefening is daardoor interessant wanneer je de zijkant van je schouders gericht wilt trainen.

Ook bij de dumbbell shoulder press en Arnold press werken de schouderspieren samen. De lateral raise kan daarop een gerichte aanvulling zijn.

Toevoegen aan je trainingsschema

De lateral raise wordt meestal als aanvullende oefening gebruikt tijdens een schoudertraining of pushtraining. Omdat de middelste schouderspieren ook bij bepaalde drukbewegingen worden belast, is het verstandig om de hoeveelheid training af te stemmen op je totale schema.

Je kunt de lateral raise bijvoorbeeld combineren met een overhead press en een oefening voor de achterste schouders.

Oefening Sets Herhalingen
Shoulder press 3 8–12
Lateral raise 3 10–15
Reverse fly 3 10–15

Dit is een voorbeeld van een eenvoudige schoudertraining waarbij de voorste, middelste en achterste schouders aandacht krijgen. Het is niet noodzakelijk om tijdens iedere training alle mogelijke schouderoefeningen uit te voeren.

Train je ook regelmatig borst? Houd dan rekening met de belasting van de voorste schouders tijdens oefeningen zoals de bench press en incline dumbbell press.

Tips voor beginners

Begin met lichte dumbbells en concentreer je op een rustige, gecontroleerde beweging. Bij de lateral raise hoef je niet veel gewicht te gebruiken om de middelste schouderspieren gericht te belasten.

Merk je dat je moet zwaaien of je schouders sterk optrekt om de dumbbells omhoog te brengen? Verlaag dan het gewicht. Houd je ellebogen licht gebogen en beweeg je armen alleen zo hoog als comfortabel voelt.

Je kunt de oefening ook zittend uitvoeren om het gebruik van momentum vanuit je benen te beperken. Wil je meer weten over het opbouwen van krachttraining? Bekijk dan onze uitleg over krachttraining voor beginners.

Meer fitness oefeningen bekijken

Met de lateral raise train je vooral de middelste schouderspieren. Voor een volledig krachttrainingsschema combineer je schouderoefeningen met oefeningen voor borst, rug, armen, benen en buikspieren.

Bekijk ons overzicht met fitness oefeningen voor droogtrainen. Daar vind je onder andere de shoulder press, dumbbell shoulder press, Arnold press, front raise en oefeningen voor andere spiergroepen.

Fitness oefeningen voor droogtrainen

Veelgestelde vragen over de lateral raise

Welke spieren train je met de lateral raise?

De lateral raise richt zich vooral op de middelste schouderkop. Daarnaast helpen de supraspinatus en spieren rondom de schouderbladen bij het heffen en stabiliseren van de armen.

Hoe hoog moet je de dumbbells optillen bij een lateral raise?

Je kunt de dumbbells tot ongeveer schouderhoogte zijwaarts optillen. Beweeg binnen een comfortabel bewegingsbereik en voorkom dat je de gewichten met momentum omhoog zwaait.

Hoeveel herhalingen doe je bij de lateral raise?

Een veelgebruikt uitgangspunt is 2 tot 3 sets van 10 tot 15 herhalingen. Je kunt ook andere herhalingsaantallen gebruiken, zolang je met een passende belasting gecontroleerd traint.

Wat is het verschil tussen een lateral raise en front raise?

Bij de lateral raise beweeg je de armen zijwaarts en ligt de nadruk op de middelste schouderkop. Bij de front raise hef je de armen vóór het lichaam en train je vooral de voorste schouderkop.

Kun je de lateral raise thuis uitvoeren?

Ja. Met twee dumbbells kun je de lateral raise thuis staand of zittend uitvoeren. Begin met lichte gewichten en houd de beweging gecontroleerd.

Veilig trainen: gebruik dumbbells waarmee je de lateral raise rustig en gecontroleerd kunt uitvoeren. Vermijd zwaaien, forceer geen oncomfortabele schouderpositie en respecteer je bewegingsbereik. Stop bij scherpe pijn of aanhoudende schouderklachten.

Front raise: uitvoering, spieren en veelgemaakte fouten

De front raise is een schouderoefening waarbij je één of twee dumbbells met gecontroleerde beweging vóór je lichaam omhoog brengt. De oefening richt zich vooral op de voorste schouderkop en wordt vaak gebruikt als aanvulling op andere schouderoefeningen. Je kunt de front raise staand of zittend uitvoeren, met dumbbells, een halterschijf of een kabelmachine.

Front raise uitvoering in drie fasen: sporter tilt twee dumbbells gecontroleerd vanaf de bovenbenen vóór het lichaam omhoog tot schouderhoogte.

De oefening in het kort:
Doelspieren: voorste schouderkop
Meewerkende spieren: middelste schouderkop, bovenste borstspieren en trapezius
Materiaal: twee dumbbells
Uitvoering: staand of zittend, armen gecontroleerd vóór het lichaam omhoog brengen

Front raise uitvoeren in 7 stappen

Bij de front raise beweeg je de dumbbells vanaf je bovenbenen naar ongeveer schouderhoogte. Het doel is om de voorste schouderspieren gecontroleerd te belasten zonder met je bovenlichaam te zwaaien. Begin met lichte dumbbells en besteed aandacht aan de beweging.

  1. Ga rechtop staan met je voeten ongeveer op heupbreedte en houd in iedere hand een dumbbell.
  2. Laat je armen ontspannen vóór je bovenbenen hangen, met je handpalmen naar je lichaam gericht.
  3. Houd je ellebogen licht gebogen en span je buikspieren aan om je bovenlichaam stabiel te houden.
  4. Til beide dumbbells gecontroleerd vóór je lichaam omhoog zonder je rug naar achteren te bewegen.
  5. Breng de gewichten tot ongeveer schouderhoogte terwijl je je polsen in een neutrale positie houdt.
  6. Houd de bovenste positie kort onder controle zonder je schouders overdreven op te trekken.
  7. Laat de dumbbells langzaam terugzakken naar de startpositie en herhaal de beweging.

Onthoud tijdens de uitvoering

Voeten stevig op de grond → buikspieren aanspannen → ellebogen licht gebogen → dumbbells vóór je lichaam omhoog brengen → stoppen rond schouderhoogte → gecontroleerd laten zakken.

Front raise uitvoering in drie fasen: sporter tilt twee dumbbells gecontroleerd vanaf de bovenbenen vóór het lichaam omhoog tot schouderhoogte.

Veelgemaakte fouten tijdens de front raise

De front raise lijkt eenvoudig, maar vooral bij zware dumbbells kunnen fouten ontstaan. Door te veel gewicht te gebruiken, gaan sporters regelmatig met hun bovenlichaam zwaaien. Hierdoor wordt het moeilijker om de schouders gericht te belasten.

Veelgemaakte fout Betere uitvoering
Te zware dumbbells gebruiken ❌ Kies lichte gewichten waarmee je de volledige beweging gecontroleerd kunt uitvoeren.
Met het bovenlichaam zwaaien ❌ Houd je romp stabiel en gebruik geen momentum om de dumbbells omhoog te krijgen.
Gewichten onnodig hoog optillen ❌ Breng de dumbbells tot ongeveer schouderhoogte en forceer de beweging niet.
Armen volledig vergrendelen ❌ Houd je ellebogen licht gebogen zonder de hoek tijdens de beweging sterk te veranderen.
Schouders overdreven optrekken ❌ Voorkom onnodig schouderophalen en houd de beweging gecontroleerd.
Dumbbells ongecontroleerd laten zakken ❌ Laat de gewichten rustig terugzakken naar de startpositie.

Welke spieren train je?

De front raise richt zich voornamelijk op de voorste schouderkop, ook wel de anterior deltoid genoemd. Deze spier speelt een belangrijke rol bij het naar voren heffen van de arm.

Daarnaast leveren de bovenste borstspieren en middelste schouderkop een ondersteunende bijdrage, afhankelijk van de armpositie. Ook de trapezius, spieren rondom de schouderbladen en rompspieren helpen tijdens de beweging.

  • Voorste schouderkop: de belangrijkste doelspier bij het naar voren heffen van de dumbbells.
  • Middelste schouderkop: ondersteunt de beweging afhankelijk van de gekozen armpositie.
  • Bovenste borstspieren: kunnen bijdragen aan het heffen van de bovenarmen.
  • Trapezius en schouderbladspieren: helpen bij de beweging en stabilisatie van de schouderbladen.
  • Core: houdt je bovenlichaam stabiel wanneer je de oefening staand uitvoert.

Front raise met dumbbells of kabelmachine?

Je kunt de front raise met verschillende materialen uitvoeren. De meest gebruikte variant is met twee dumbbells, maar ook een kabelmachine of halterschijf kan geschikt zijn.

Bij de dumbbell front raise gebruik je twee losse gewichten. Daardoor kun je beide armen tegelijk of afwisselend trainen. Deze variant is ook geschikt voor thuisgebruik.

Bij de cable front raise gebruik je een kabelmachine. De weerstand blijft gedurende de beweging vanuit de kabel op je armen werken, maar de richting van deze weerstand verandert afhankelijk van je positie ten opzichte van het apparaat.

Met een halterschijf kun je de oefening uitvoeren door de schijf met beide handen vast te houden en gecontroleerd vóór je lichaam omhoog te brengen. Hierbij bewegen je armen samen met hetzelfde gewicht.

Front raise of shoulder press?

De front raise en de shoulder press trainen allebei de schouders, maar het zijn verschillende bewegingen. Bij de front raise hef je de armen vóór het lichaam en ligt de nadruk op de voorste schouderkop.

Bij de shoulder press druk je een halterstang boven je hoofd. Hierbij werken meerdere spieren samen, waaronder de voorste en middelste schouders en de triceps.

Ook de dumbbell shoulder press en Arnold press belasten de voorste schouders. Daardoor is de front raise niet altijd noodzakelijk wanneer je al veel drukbewegingen voor borst en schouders uitvoert.

De front raise is vooral interessant als je de voorste schouderkop afzonderlijk extra aandacht wilt geven binnen je trainingsschema.

Toevoegen aan je trainingsschema

De front raise wordt meestal gebruikt als aanvullende oefening tijdens een schoudertraining of pushtraining. Omdat de voorste schouders al worden belast tijdens verschillende drukbewegingen, hoef je niet altijd veel extra sets uit te voeren.

Een eenvoudige schoudertraining kan bestaan uit de dumbbell shoulder press, lateral raises voor de middelste schouderkop en front raises als extra oefening voor de voorste schouders.

Oefening Sets Herhalingen
Dumbbell shoulder press 3 8–12
Lateral raise 3 10–15
Front raise 2–3 10–15

Met deze combinatie train je vooral de voorste en middelste schouders. Voor een evenwichtige schoudertraining is het verstandig ook oefeningen voor de achterste schouders toe te voegen, bijvoorbeeld reverse flies.

Houd er rekening mee dat je voorste schouders ook worden belast tijdens borstoefeningen zoals de bench press en incline dumbbell press. Stem het aantal sets daarom af op je totale trainingsbelasting en herstel.

Tips voor beginners

Begin met lichte dumbbells en oefen eerst de juiste beweging. Bij de front raise is het belangrijk dat je de gewichten zonder zwaaien tot ongeveer schouderhoogte kunt brengen.

Merk je dat je je rug naar achteren moet bewegen om de dumbbells omhoog te krijgen? Dan is het gewicht waarschijnlijk te zwaar. Kies een lichtere belasting en houd je romp stabiel.

Je kunt ook beginnen met één arm tegelijk. Hierdoor kun je je beter concentreren op de uitvoering per schouder. Wil je meer leren over trainingsgewichten, sets en herhalingen? Lees dan onze gids over krachttraining voor beginners.

Meer fitness oefeningen bekijken

Met de front raise train je voornamelijk de voorste schouderspieren. Voor een compleet trainingsschema is het verstandig om ook andere spiergroepen te trainen, zoals borst, rug, benen, armen en buikspieren.

Bekijk het complete overzicht met fitness oefeningen voor droogtrainen. Daar vind je aanvullende oefeningen met uitleg over de uitvoering en betrokken spiergroepen.

Fitness oefeningen voor droogtrainen

Veelgestelde vragen

Welke spieren train je met de front raise?

Met de front raise train je voornamelijk de voorste schouderkop. Daarnaast kunnen de bovenste borstspieren, middelste schouderkop en spieren rondom de schouderbladen een ondersteunende rol spelen.

Is de front raise geschikt voor beginners?

Ja. Beginners kunnen de front raise uitvoeren met lichte dumbbells. Het is belangrijk om de gewichten gecontroleerd omhoog te brengen zonder met het bovenlichaam te zwaaien.

Hoeveel herhalingen doe je bij de front raise?

Voor spieropbouw kun je bijvoorbeeld 2 tot 3 sets van 10 tot 15 herhalingen uitvoeren. Kies een gewicht waarmee je de beweging gecontroleerd kunt uitvoeren.

Wat is het verschil tussen de front raise en lateral raise?

Bij de front raise breng je de armen vóór je lichaam omhoog en train je vooral de voorste schouderkop. Bij de lateral raise beweeg je de armen zijwaarts en ligt de nadruk meer op de middelste schouderkop.

Moet je front raises doen als je al shoulder presses uitvoert?

Niet altijd. Shoulder presses en verschillende borstoefeningen belasten de voorste schouders al. Front raises kunnen worden toegevoegd wanneer je deze spiergroep extra gericht wilt trainen.

Veilig trainen: kies dumbbells waarmee je de volledige beweging gecontroleerd kunt uitvoeren. Vermijd zwaaien met je bovenlichaam en forceer je schouders niet voorbij een comfortabel bewegingsbereik. Stop bij scherpe pijn of aanhoudende schouderklachten.

Arnold press: uitvoering, spieren en veelgemaakte fouten

De Arnold press is een schouderoefening met dumbbells waarbij je tijdens het omhoog drukken je armen en handen naar buiten draait. De oefening richt zich vooral op de voorste en middelste schouderkop, terwijl de triceps helpen bij het strekken van de armen. Door de combinatie van een drukbeweging en rotatie verschilt de Arnold press van de gewone dumbbell shoulder press.

Arnold press uitvoering in drie fasen: sporter begint met dumbbells voor de schouders, draait de armen naar buiten en drukt de gewichten boven het hoofd.

De oefening in het kort:
Doelspieren: voorste en middelste schouderkop
Meewerkende spieren: triceps, trapezius en core
Materiaal: twee dumbbells en eventueel een fitnessbank
Uitvoering: zittend of staand, met gecontroleerde draaiing van de armen

Arnold press uitvoeren in 7 stappen

Bij de Arnold press combineer je het omhoog drukken van twee dumbbells met een draaiende beweging. Begin met lichte gewichten, omdat de extra rotatie meer controle vraagt dan bij een gewone shoulder press. Onderstaande stappen beschrijven de zittende uitvoering.

  1. Ga rechtop zitten op een fitnessbank met rugleuning en plaats je voeten stevig op de grond.
  2. Pak in iedere hand een dumbbell en houd de gewichten vóór je schouders, met je handpalmen naar je gezicht gericht.
  3. Houd je ellebogen gebogen en iets vóór je bovenlichaam. Span je buikspieren aan om stabiel te blijven zitten.
  4. Begin de dumbbells gecontroleerd omhoog te drukken en draai tegelijkertijd je bovenarmen naar buiten.
  5. Draai je handen geleidelijk totdat je handpalmen in de bovenste positie naar voren wijzen.
  6. Druk de dumbbells boven je hoofd zonder je onderrug overdreven hol te trekken of de gewichten tegen elkaar te slaan.
  7. Laat de dumbbells rustig zakken en draai de beweging terug totdat je handpalmen weer naar je gezicht wijzen.

Onthoud tijdens de uitvoering

Dumbbells vóór je schouders → handpalmen naar je gezicht → gecontroleerd omhoog drukken → armen naar buiten draaien → boven je hoofd eindigen → langzaam terugdraaien.

Arnold press uitvoering in drie fasen: sporter draait tijdens het omhoog drukken van twee dumbbells zijn handpalmen naar voren en strekt zijn armen boven het hoofd.

Veelgemaakte fouten tijdens de Arnold press

De Arnold press vraagt om een goede samenwerking tussen de drukbeweging en het draaien van de armen. Vooral bij zware dumbbells kan de uitvoering onrustig worden. Een gecontroleerde beweging is daarom belangrijk.

Veelgemaakte fout Betere uitvoering
Te zware dumbbells gebruiken ❌ Begin met lichte gewichten waarmee je zowel de draaiing als de drukbeweging gecontroleerd kunt uitvoeren.
Te snel draaien ❌ Draai je armen geleidelijk tijdens het omhoog drukken zonder de beweging te forceren.
Onderrug overdreven hol trekken ❌ Span je buikspieren aan en houd je rug in een natuurlijke positie.
Elleboogpositie forceren ❌ Beweeg binnen een comfortabel bereik en dwing je schouders niet in een onnatuurlijke positie.
Dumbbells tegen elkaar slaan ❌ Houd de gewichten bovenaan stabiel zonder ze hard tegen elkaar te tikken.
Gewichten ongecontroleerd laten zakken ❌ Laat de dumbbells rustig zakken en draai tegelijkertijd gecontroleerd terug naar de startpositie.

Welke spieren train je?

De Arnold press is voornamelijk gericht op de schouderspieren. De voorste schouderkop levert een belangrijke bijdrage aan het omhoog drukken van de dumbbells. Ook de middelste schouderkop wordt tijdens de oefening belast.

De triceps ondersteunen de beweging door de ellebogen te strekken. Daarnaast helpen de trapezius en andere spieren rondom de schouderbladen bij het stabiliseren en bewegen van de schoudergordel.

  • Voorste schouderkop: levert een belangrijke bijdrage aan de drukbeweging.
  • Middelste schouderkop: werkt mee tijdens het omhoog drukken en bewegen van de bovenarmen.
  • Triceps: strekken de ellebogen terwijl je de dumbbells omhoog drukt.
  • Trapezius en schouderbladspieren: ondersteunen de beweging en stabiliteit van de schouderbladen.
  • Core: helpt het bovenlichaam stabiel te houden, vooral wanneer je de oefening staand uitvoert.

Arnold press of dumbbell shoulder press?

De Arnold press en de gewone dumbbell shoulder press zijn allebei oefeningen voor de schouders. Het belangrijkste verschil zit in de beweging van je handen en armen.

Bij de Arnold press begin je met je handpalmen naar je gezicht gericht. Tijdens het omhoog drukken draai je de armen naar buiten, waardoor je eindigt met je handpalmen naar voren.

Bij de dumbbell shoulder press is deze draaiende beweging niet noodzakelijk. Je drukt de gewichten vanuit schouderhoogte omhoog met een relatief vaste handpositie.

De Arnold press vraagt daardoor meer coördinatie en bewegingscontrole. Dat betekent niet automatisch dat deze oefening meer spiergroei oplevert. Beide varianten kunnen goed passen binnen een schoudertraining.

Arnold press zittend of staand uitvoeren?

Je kunt de Arnold press zowel zittend als staand uitvoeren. Bij de zittende uitvoering biedt een fitnessbank met rugleuning extra ondersteuning. Hierdoor kun je je concentreren op het gecontroleerd draaien en omhoog drukken van de dumbbells.

Bij de staande Arnold press moeten je buik- en rompspieren meer bijdragen aan het stabiliseren van je lichaam. Zorg ervoor dat je niet achterover gaat leunen tijdens het omhoog drukken.

Voor beginners is de zittende Arnold press vaak een toegankelijke keuze. Je kunt de draaiende beweging dan eerst rustig aanleren voordat je eventueel de staande variant probeert.

Toevoegen aan je trainingsschema

De Arnold press past goed binnen een schoudertraining of pushtraining. Omdat meerdere spieren samenwerken, kun je de oefening gebruiken als een belangrijke drukbeweging voor de schouders.

Een eenvoudige schoudertraining kan bestaan uit de Arnold press, lateral raises voor de middelste schouderkop en reverse flies voor de achterste schouders.

Oefening Sets Herhalingen
Arnold press 3 8–12
Lateral raise 3 10–15
Reverse fly 3 10–15

Met deze combinatie train je verschillende delen van de schouders. Houd er rekening mee dat je voorste schouders ook worden belast tijdens borstoefeningen zoals de bench press en incline dumbbell press.

Train je dezelfde dag ook je borst? Dan kun je de Arnold press na je belangrijkste borstoefening uitvoeren. Wil je juist de nadruk leggen op schoudertraining, dan kun je de oefening eerder in je training plaatsen.

Tips voor beginners

Begin met lichte dumbbells en oefen eerst de draaiende beweging. Bij de Arnold press is het belangrijk dat je de gewichten gecontroleerd omhoog drukt en niet probeert om met een snelle armbeweging extra momentum te creëren.

Gebruik eventueel een fitnessbank met rugleuning en houd je romp stabiel. Merk je dat de draaiende beweging oncomfortabel is voor je schouders? Forceer deze dan niet en probeer eventueel een gewone dumbbell shoulder press met een comfortabele handpositie.

Wil je meer weten over het kiezen van geschikte trainingsgewichten en het opbouwen van kracht? Lees dan onze gids over krachttraining voor beginners.

Meer fitness oefeningen bekijken

Met de Arnold press train je voornamelijk je schouders. Voor een compleet trainingsschema is het verstandig om ook andere spiergroepen te trainen. Denk aan oefeningen voor borst, rug, benen, armen en buikspieren.

Bekijk het complete overzicht met fitness oefeningen voor droogtrainen. Daar vind je aanvullende oefeningen met uitleg over de uitvoering en betrokken spiergroepen.

Fitness oefeningen voor droogtrainen

Veelgestelde vragen

Welke spieren train je met de Arnold press?

Met de Arnold press train je vooral de voorste en middelste schouderkop. De triceps en verschillende stabiliserende spieren ondersteunen de beweging.

Wat is het verschil tussen de Arnold press en dumbbell shoulder press?

Bij de Arnold press draai je de armen en handpalmen tijdens het omhoog drukken. Bij de gewone dumbbell shoulder press is deze rotatie niet noodzakelijk en blijft de handpositie relatief gelijk.

Is de Arnold press geschikt voor beginners?

Ja, beginners kunnen de Arnold press uitvoeren met lichte dumbbells. Door de draaiende beweging is het belangrijk om eerst de techniek rustig aan te leren.

Hoeveel herhalingen doe je bij de Arnold press?

Voor algemene spieropbouw kun je bijvoorbeeld 3 sets van 8 tot 12 herhalingen uitvoeren. Kies een gewicht waarmee je de volledige beweging gecontroleerd kunt uitvoeren.

Kun je de Arnold press zittend en staand uitvoeren?

Ja. Zittend met rugleuning krijg je meer ondersteuning van je bovenlichaam. Staand moeten je rompspieren meer bijdragen aan stabiliteit tijdens de oefening.

Veilig trainen: kies dumbbells waarmee je de volledige beweging gecontroleerd kunt uitvoeren. Forceer de draaiing van je schouders niet en voorkom dat je onderrug overdreven hol trekt. Stop bij scherpe pijn of aanhoudende schouderklachten.